VAAK GESTELDE VRAGEN OVER GELUID
Redactie: Elly Waterman
1. Informatie op I-net
2 De basis van de akoestiek
2.1 Wat is geluid?
2.1.1 Hoe plant geluid zich voort?
2.2 Wat is een decibel (dB)?
2.2.1 Hoe hard klinkt een decibel (de geluidtermometer)?
2.3 Hoe wordt geluid gemeten?
2.3.1Resolutie bij het meten van geluid
2.4 Wat betekent dB(A) of A-gewogen?
2.5 Hoe tel je geluidniveaus op?
2.6 Hoe werkt het oor?
2.6.1 Hoe kan je met twee oren horen of geluid recht van voren of recht van achteren komt?
2.7 Wanneer is geluid onveilig?
2.8 Wat is geluid intensiteit?
2.9 Hoe neemt geluid af met afstand?
2.10 Wat is geluidvermogen?
2.10.1 Hoe wordt geluidvermogen gemeten?
2.11 Wat is de geluidssnelheid in lucht, water....?
2.12 Wat is luidheid?
2.13 Waardoor varieert de sterkte van geluid in de buitenlucht?
3. Trillingen
3.1 Wat zijn trillingen?
3.2 Hoe worden trillingen gemeten?
3.3 Hoe kunnen trillingen beperkt worden?
3.4Wat is resonantie?
4. Bouwakoestiek
4.1 Wat is galmtijd?
4.2 Wat is geluidsabsorptie?
4.3 Wat is het verschil tussen isolatie en absorptie?
4.4 Hoe wordt isolatie gemeten?
4.5 Hoe verbeter ik de isolatie van mijn huis?
4.6 Tips voor het binnenmilieu in kantoren
5. Geluidhinder
5.1 Wat te doen als ik last van mijn buren heb?
6.Diversen
6.1 Wat is anti-geluid?
6.2 Wat is de geluidsbarriere?
6.3 Kan je geluid focusseren?
6.4 Wat is sonoluminescentie?
6.5 Waardoor komt er een toon als je over een fles blaast?
6.6 Waarom hoor je de zee ruisen in een schelp?
6.7 Wat zijn de muziek intervallen?
6.8 Wat veroorzaakt de "helium stem"?
6.9 What is structural acoustics?
6.10 Wat is het Doppler effect?
6.11 Wat is witte ruis en roze ruis?
6.12Hoe werkt een luidspreker?
6.13Wat is audiologie?
6.14Wat is psychoakoestiek?
6.15Wat is de hoogste geluidsdruk?
7.Geluidwetgeving
7.1Welke Nederlandse geluidwetgeving bestaat er?
7.2Welke regels staan er in het Besluit Geluidhinder Spoorwegen?
8. Tabellen
8.1 Formules voor A weging en 1/3 octaven.
8.2 Tabel voor A, C and U Weging.
10. Bronvermelding
2.
De basis van de akoestiek
2.1
Wat is geluid?
2.1.1 Hoe plant geluid zich voort?
2.2 Wat is een decibel (dB)?
2.2.1 Hoe hard klinkt een decibel (de geluidtermometer)?
2.3 Hoe wordt geluid gemeten?
2.3.1Resolutie bij het meten van geluid
2.4 Wat betekent dB(A) of A-gewogen?
2.5 Hoe tel je geluidniveaus op?
2.6 Hoe werkt het oor?
2.6.1 Hoe kan je met twee oren horen of geluid recht van voren of recht van achteren komt?
2.7 Wanneer is geluid onveilig?
2.8 Wat is geluid intensiteit?
2.9 Hoe neemt geluid af met afstand?
2.10 Wat is geluidvermogen?
2.10.1 Hoe wordt geluidvermogen gemeten?
2.11 Wat is de geluidssnelheid in lucht, water....?
2.12 Wat is luidheid?
2.13 Waardoor varieert de sterkte van geluid in de buitenlucht?
3. Trillingen
3.1 Wat zijn trillingen?
3.2 Hoe worden trillingen gemeten?
3.3 Hoe kunnen trillingen beperkt worden?
3.4Wat is resonantie?
4. Bouwakoestiek
4.1 Wat is galmtijd?
4.2 Wat is geluidsabsorptie?
4.3 Wat is het verschil tussen isolatie en absorptie?
4.4 Hoe wordt isolatie gemeten?
4.5 Hoe verbeter ik de isolatie van mijn huis?
4.6 Tips voor het binnenmilieu in kantoren
5. Geluidhinder
5.1 Wat te doen als ik last van mijn buren heb?
6.Diversen
6.1 Wat is anti-geluid?
6.2 Wat is de geluidsbarriere?
6.3 Kan je geluid focusseren?
6.4 Wat is sonoluminescentie?
6.5 Waardoor komt er een toon als je over een fles blaast?
6.6 Waarom hoor je de zee ruisen in een schelp?
6.7 Wat zijn de muziek intervallen?
6.8 Wat veroorzaakt de "helium stem"?
6.9 What is structural acoustics?
6.10 Wat is het Doppler effect?
6.11 Wat is witte ruis en roze ruis?
6.12Hoe werkt een luidspreker?
6.13Wat is audiologie?
6.14Wat is psychoakoestiek?
6.15Wat is de hoogste geluidsdruk?
7.Geluidwetgeving
7.1Welke Nederlandse geluidwetgeving bestaat er?
7.2Welke regels staan er in het Besluit Geluidhinder Spoorwegen?
8. Tabellen
8.1 Formules voor A weging en 1/3 octaven.
8.2 Tabel voor A, C and U Weging.
10. Bronvermelding
1. Informatie op het Internet
De beste site met Nederlandse links: http://geluid.pagina.nl
Actueel nieuws over geluid: http://www.geluidnieuws.nl

2. De basis van de akoestiek
2.1 Wat is geluid?
Geluid is een snel wisselende druk golf in een medium. Meestal bedoelen
we hoorbaar geluid. Dat is de ervaring (gevoeld door het oor) van
zeer kleine en snelle veranderingen van de luchtdruk, boven en onder een
constante waarde. De "constante" waarde is de luchtdruk van de atmosfeer
(ongeveer 100,000 Pascals, Pascal is de eenheid van druk).
De luchtdruk van de atmosfeer veranderd langzaam,
zoals te zien is op een barometer. Bij geluid veranderd de luchtdruk snel.
De geluidsgolf neemt ook energie met zich mee, maar die energie is
heel gering.
Geluid wordt vaak afgebeeld als een sinusgolf, maar fysisch gezien is geluid
een longitudinale golf, de golfbeweging is in de richting van de beweging van
de energie. De toppen van deze golf zijn de drukmaxima, de dalen van deze
golf zijn de drukminima.
Hoe klein en snel zijn de wisselingen van de luchtdruk die geluid veroorzaken?
Als de snelle veranderingen van de druk tussen 20 en 20,000 keer per seconde
voorkomen dan is geluid
hoorbaar (d.w.z. bij een frequentie tussen 20Hz and 20kHz, Hz=Hertz is de
eenheid van frequentie). De drukschommelingen bij geluid zijn zeer klein. Deze zijn
soms maar een paar miljoenste van een Pascal. Om die kleine drukverschillen
te horen moet het oor dus heel gevoelig zijn. Bewegingen van het trommelvlies
zo klein als een diameter van een waterstofatoom kunnen al hoorbaar zijn!
Luider geluid wordt veroorzaakt door grotere wisselingen in de druk.
Een geluidgolf van 1 Pascal zal bijvoorbeeld heel hard klinken, mits
de meeste geluidenergie in de midden-frequenties zit (1kHz - 4kHz).
In dit frequentie gebied is het menselijke oor het gevoeligst.
Het zachtste geluid dat iemand kan horen van een 1 kHz geluidgolf is
ongeveer 20 micropascal. Dat heet de geluidsdrempel.
Wat maakt geluid?
Geluid wordt gemaakt als de lucht op één of andere manier wordt verstoord,
bijvoorbeeld door een trillend object. Door de luidspreker conus van een
gewone hifi installatie bijvoorbeeld. Het is mogelijk om de beweging van
een basluidspreker met het blote oog te zien, mits er zeer laagfrequent geluid
uit komt. De conus beweegt heen en weer. Als de conus naar voren beweegt,
dan wordt de lucht ervoor samengedrukt. De luchtdruk wordt dan vlak voor de conus
iets hoger. Als daarna de conus weer naar achter beweegt, dan wordt de luchtdruk
iets lager. De pakketjes met dikkere en dunnere lucht bewegen zich van de
luidspreker af, ondertussen blijft de conus heen en weer bewegen. Zo ontstaat
een geluidsgolf met om-en-om een hoge en een lage druk, die van de conus af
beweegt. De snelheid van deze golf is de geluidsnelheid.
2.1.1 Hoe plant geluid zich voort?
Geluid plant zich voort in de vorm van geluidsgolven. De snelheid waarmee dit
gebeurt hangt af van het medium waarin de geluidsgolf zich voortbeweegt. Bij
lucht bijvoorbeeld de temperatuur, vochtigheidsgraad en eventuele tegenwind.
Geluidsgolven variëren in grootte, afhankelijk van de trillingsfrequentie. Hoe
hoger de trillingsfrequentie (dus hoe meer golfjes per tijdseenheid en ook per
lengte-eenheid), hoe hoger de waargenomen toon. Voor mensen hoorbare
trillingsfrequenties liggen tussen de 20 en 20.000 Hz. Hogere frequenties (dus
kortere golven) tot 800 MHz noemt men ultrasone trillingen. Nog hogere
frequenties worden hypersone trillingen genoemd.
Geluidsgolven gedragen zich net als bijvoorbeeld watergolven. Ze kunnen zich
bij grote druk ophopen, of ze kunnen rond een obstakel buigen, tegen een vaste
wand terugkaatsen en bij overgang naar een ander medium afbuigen.
Langegolfgeluid (lage tonen) reist het verst omdat kleine voorwerpen de
basisstructuur van de golven niet aantast. Dat is ook de reden waarom
bijvoorbeeld de misthoorn van een schip zo'n lage toon heeft: hij moet zo ver
mogelijk dragen. Het nadeel van lage tonen is echter wel, dat zij door een plat
oppervlak minder goed worden gereflecteerd? dan hoge tonen met hun korte
golfjes; deze laatste ketsen sneller af. Op dit effect zijn sonarpeilingen?
gebaseerd. Wanneer de korte geluidsgolfjes afketsen op een voorwerp hoort men
een hoge 'ping'toon. De frequentie hiervan valt binnen het kader van de
ultrasone geluiden.
Geluidsgolven zetten de lucht of het medium waardoor het reist in beweging.
Een saillant voorbeeld daarvan was het effect van de reuzendrum bij een Londens
instrumentmakersbedrijf. Die bracht zulke lange geluidsgolven voort (minder dan
20Hz) en het geluid hiervan was dus zo laag, dat het voor het menselijk oor niet
waarneembaar was. Maar wanneer de drum geslagen werd (men hoorde alleen een
zacht, droge klap van het contact van slagbol met de drum) zag men wel de
kleding van de omstanders flapperen.
Er zijn dieren, bijvoorbeeld de olifant die van deze, voor ons onhoorbare
geluiden gebruik maken om over grote afstanden met elkaar te communiceren.
2.2 Wat is een decibel (dB)?
De decibel is een logaritmische eenheid die bij meerdere disciplines van
de natuurkunde wordt gebruikt, dus niet alleen bij geluid. Voorbeelden zijn
de Richter schaal voor aardbevingen, en de zuurgraad (pH) van vloeistoffen.
Een logaritmische schaal wordt gebruikt om de grootheid te vergelijken
met een referentie waarde, vaak met de kleinste mogelijke waarde die kan voorkomen.
In de akoestiek wordt de decibel meestal gebruikt om geluiddruk in lucht
te vergelijken met een referentie druk. Als referentiedruk wordt de
gehoordrempel gebruikt, dat is internationaal afgesproken zodat iedereen
zich er aan houdt. Er zijn ook referenties voor geluidintensiteit, voor
geluidvermogen en voor de geluiddruk in water.
| Referentiewaarde voor geluiddruk (in lucht) | = 0.00002 | = 2*10-5 Pascal (rms) |
| Referentiewaarde voor intensiteit | = 0.000000000001 | = 1*10-12 Watt/m2 |
| Referentiewaarde voor geluidvermogen | = 0.000000000001 | = 1*10-12 Watt |
| Referentiewaarde voor geluiddruk (in water) | = 0.000001 | = 1*10-6 Pascal |
Voor geluid wordt om de volgende redenen de decibel schaal gebruikt:
- Geluid heeft een enorme bandbreedte, van 10-5 Pascal tot
10+5 Pascal of nog meer. Ook in water is dat het zo. De geluidsdruk
van een onderzeeër kan acht ordes van grootte variëren, afhankelijk
van de richting. Door de logaritmische schaal te gebruiken, worden de getallen redelijk
klein, bijvoorbeeld geluidsniveau in lucht varieert 0 dB (de gehoordrempel) tot 120 dB (de
pijngrens).
- Het menselijk gehoor werkt ook min of meer volgens een logaritmische
schaal. Een toename van 3 dB ervaart de mens als "iets harder", terwijl de
geluidsdruk in Pascal dan 2x zo hoog is.
2.2.1 Hoe hard klinkt een decibel?
In de onderstaande tabel zijn voorbeelden gegeven van het geluidniveau van
diverse bronnen.
Bron: Oscar van Vlijmen http://home.hetnet.nl/~vanadovv
| dB(A)
| Beleving
| Voorbeelden
| 0
| Hoordrempel
|
|
| 10
| Net hoorbaar
| Normale ademhaling, vallend blad
| 20
|
| Radiostudio, boomblaadjes in de wind, fluisteren op 1.5 m
| 30
| Erg stil
| Bibliotheek (30-40 dB), zacht gefluister op 5 m, opnamestudio
| 40
|
| Huiskamer, slaapkamer, rustig kantoor, rustige woonbuurt, vogels bij
zonsopkomst, zacht geroezemoes in een klas
| 50
| Rustig
| Licht autoverkeer op 30 m, eigen kantoorkamer, regen, koelkast, in het
bos
| 55
|
| Koffiezetapparaat, elektrische tandenborstel (50-60 dB)
| 60
| Indringend
| Airconditioning (50-75 dB), normale conversatie, wasmachine (50-75
dB), vaatwasser (55-70 dB), naaimachine, wasdroger, pianospel (60-70
dB), F16A straaljager op 6000 m hoogte (59 dB)
| 70
| Storend bij telefoneren
| Verkeer op de snelweg, druk kantoor, elektrisch scheerapparaat (50-80
dB), stofzuiger (60-85 dB), geluid van hard staande TV, auto op 15 m,
fortissimo zingen op 1 m afstand
| 75
|
| Elektrische mixer, koffiemolen (70-80 dB), druk restaurant (70-85 dB),
F16A straaljager op 3000 m hoogte (74 dB)
| 80
| Hinderlijk
| Wekkeralarm op 0.7 m, haardroger (60-95 dB), rumoerig kantoor, zwaar
verkeer (80-85 dB) op 15 m, toilet doorspoelen (75-85 dB), deurbel,
rinkelende telefoon, fluitende ketel, gemotoriseerde maaimachine (65-95
dB), machinaal handgereedschap, pneumatisch gereedschap op 15 m,
kamermuziekorkestje (75-85 dB), klassieke gitaar van dichtbij
| 85
|
| Handzaag, mixer met ijs (83 dB), foodprocessor (80-90 dB), F16A
straaljager op 1500 m hoogte, geluid van vliegtuig door de geluidsbarrière
(80-89 dB)
| 90
| Zeer hinderlijk, gehoor- beschadiging
| Zware vrachtwagen op 15 m, bulldozer op 15 m, druk stadsverkeer, mixer
(80-90 dB), tractor, vrachtwagen, schreeuwend praten, gejuich bij rustig
sportevenement, gillend kind, passerende motorfiets, kleine
luchtcompressor
| 95
|
| Elektrische drilboor, op de snelweg rijden met open dak, viool (84-103
dB), fluitspel van dichtbij (85-111 dB), trombone van dichtbij (85-114
dB), F16A straaljager op 600 m hoogte
| 100
| Zeer luid
| Zware vuilniswagen, naar vuurwerk kijken, metro (90-115 dB), machine
in fabriek, klas in timmerschool, motorfiets (95-110 dB), sneeuwmobiel,
danszaal, boom box, diesel vrachtwagen, ketelslager, grote
luchtcompressor, pneumatische beitel, krachtig spuitend gaslek,
versnellingsbak auto, in de auto op drukke snelweg, F16A straaljager op
300 m hoogte
| 105
|
| Sneeuwblazer, helikopter op 30 m (100-105 dB), krachtige maaimachine,
pauken, roffel op grote trom, F16A straaljager op 150 m hoogte (107 dB)
| 110
| Extreem luid
| Heimachine, rockconcert (110-130 dB), schreeuwen in iemands oor,
gillend huilende baby, speelgoed piepbeestje dicht tegen het oor,
motorzaag, bladblazer, disco, drukke videospelhal, symfonieorkest
gemiddeld niveau, onveilige walkman op zijn hardst (112 dB), op een
sneeuwmobiel rijden, zandstralen, hard spelende radio of hifi, F16A
straaljager op 90 m hoogte
| 115
|
| Krijsende metrowielen
| 120
|
| Luidste menselijke stem, autoclaxon op 1 m, startend vliegtuig op 70 m,
klinkhamer, kettingzaag (120-125 dB), hameren op een spijker,
pneumatische boor (100-120 dB), zware machine, sirene van ambulance,
voetbal in het stadion (117 dB), klas met schreeuwende kinderen
| 125
|
| Hifi in de auto (normale installatie), piek van symfonieorkest
(120-137 dB)
| 130
|
| Donderslag (120-130 dB), pneumatische hamer, zeer krachtige
boormachine, luchtalarm, slagwerksectie van orkest, stock-car race,
grote ventilator van 100000 kuub/u
| 135
| Pijngrens volgens andere bron
| Sommige luide speelgoedpiepbeestjes
| 140
| Pijngrens
| Luchtalarmsirene van dichtbij, vliegtuigen op vliegdekschip, propellervliegtuig
van dichtbij, straalvliegtuig op 300 m (135-145 dB)
| 150
| Permanente gehoorschade volgens andere bron
| Startend straalvliegtuig van dichtbij, artillerie op 150 m,
voetzoeker, knallen van een ballon (157 dB), piek van rockconcert of
normaal niveau nabij de luidsprekers
| 160
|
| Ramjet van dichtbij, vuurwerk op 1.5 m, geweerschot (163 dB),
pistoolschot (166 dB)
| 170
|
| Schot van krachtig hagelgeweer
| 180
| Onherstelbare gehoorschade
| Raketlanceerplatform
| 194
|
| Saturnusraket (geluidsdruk is 1 atm) |
| | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | |
2.3 Hoe wordt geluid gemeten?
Voor geluidsmetingen wordt een geluidniveaumeter gebruikt. Deze bestaat
uit een gevoelige microfoon, een versterker en een wijzer (tegenwoordig meestal
een LCD scherm). Hiermee wordt direkt de decibelwaarde van de geluidsdruk
afgelezen, het "Sound Pressure Level"
Sound Pressure Level = 20 x log (p/0.00002) dB
"p" is in deze formule de geluidsdruk in Pascal, het getal onder de breukstreep is de referentiedruk.
Vaak wordt het "maximum" niveau afgelezen, of het allerhoogste "piek" niveau. Voor de beleving van het
geluid door mensen, of om de totale geluidenergie te meten, is echter het gemiddelde (rms=root mean square) niveau over de tijd belangrijker.
Als er een bepaalde tijd wordt gemeten, geeft het piekniveau de hoogste waarde, het "maximum" is lager,
en het gemiddelde (rms) niveua is het laagste.
piek > max > rms.
De eerste publicatie over een elektrische geluidmeter was van George W Pierce in
Proceedings of the American Academy of Arts and Sciences, v 43 (1907-8).
Tientallen jaren later vond er een verschuiving plaats van paarderijtuigen
naar auto's. Hierdoor veranderde het eeuwenlang constante geluidklimaat in de steden.
De komst van de gesproken film betekende ook een grote stimulans
om geluidmeters te ontwikkelen, maar er was nog steeds geen
standaard methode voor geluidsmetingen. "Lawaai" (ongewenst geluid) werd een
belangrijk publiek thema.
2.3.1 Resolutie bij het meten van
geluid
De resolutie bij geluidmetingen betekent met welke
nauwkeurigheid frequentie afhankelijke informatie van het geluidspectrum kan
worden verkregen. Als er geluidmetingen worden uitgevoerd worden deze vaak
beperkt tot één enkel getal, uitgedrukt in decibel als er geen weging wordt
uitgevoerd, of in dB(A) als de A-weging wordt gebruikt. Vaak is het zinvol om
informatie te verkrijgen over de verschillende frequenties die in het
geluidssignaal zijn opgenomen. In dat geval worden metingen uitgevoerd met een
kleinere resolutie. Dezelfde methodiek wordt ook wel gebruikt voor
trillingsmetingen.
Octaafbanden De grofste resolutie die over het algemeen wordt gebruikt
is een resolutie in octaafbanden. De frequentiebreedte van deze octaafbanden is
een factor 2. In de meeste gevallen zijn metingen over het hoorbare gebied
voldoende. Dan gebruikt men de volgende centrum frequenties voor de
octaafbanden:
- 63 Hz
- 125 Hz
- 250 Hz
- 500 Hz
- 1000 Hz
- 2000 Hz
- 4000 Hz
- 8000 Hz
De vorm van de te gebruikte octaafbandfilters is internationaal vastgelegd.
Hetzelfde geldt voor de 1/3 octaafbandfilters.
Tertsbanden of 1/3 octaafbanden Vaak is het wenselijk om over fijnere
frequentie informatie te beschikken. De metingen worden dan geanalyseerd in
tertsbanden (ook wel 1/3 octaafbanden genoemd). Elke octaafband wordt verdeeld
in 3 tertsbanden. Om het geluidniveau gemeten in terstbanden om te rekenen naar
het geluidniveau in octaafbanden, moeten de gemeten niveaus in telkens 3
tertsbanden bij elkaar worden opgeteld.
Voorbeeld: Om het octaafband-geluidniveau in de 1000 Hz band te bepalen uit
metingen in terstbanden worden de geluidniveau's in de 3 tertsbanden 800 Hz,
1000 Hz, en 1250 Hz bij elkaar opgeteld. De omgekeerde route, uit octaafbanden
de tertsniveaus berekenen, is niet mogelijk zonder zeer veel aannames te maken.
Het is dan beter de metingen opnieuw uit te voeren of opnieuw te analyseren.
De internationaal vastgestelde centrumfruequenties voor metingen in
tertsbanden zijn:
- 50 Hz
- 63 Hz
- 80 Hz
- 100 Hz
- 125 Hz
- 160 Hz
- 200 Hz
- 250 Hz
- 400 Hz
- 500 Hz
- 630 Hz
- 800 Hz
- 1000 Hz
- 1250 Hz
- 1600 Hz
- 2000 Hz
- 2500 Hz
- 3150 Hz
- 4000 Hz
- 5000 Hz
- 6300 Hz
- 8000 Hz
- 10000 Hz
- 12500 Hz
- 16000 Hz
- 20000 Hz
Smalbandiger logarithmische schalen Niet zo gebruikelijk als
octaafband of tertsband-analyse worden ook wel 1/6, 1/12 en 1/24 octaafband
analyses gebruikt.
Smalbandige analyse. Als er behoefte is aan een nog grotere frequentie
resolutie kan een Fourier analyse worden gemaakt. Vaak gebruikt men hiervoor het
FFT? algoritme. De resolutie van een smalbandige analyse is volledig vrij, en de
mogelijkheden zijn onbeperkt. Een frequentie resolutie van 1 Hz is bijvoorbeeld
heel goed mogelijk, mits de meettijd voldoende lang is. Als de meting slechts
kort is, moet er voor een grovere frequentieresolutie gekozen worden, dan als er
een hele lange meettijd beschikbaar is.
Ook de vorm van te gebruiken (digitale) filters kan vrij worden gekozen,
afhankelijk van het doel van de analyse. Een veel gebruikt filter is het Hanning
filter. De keus van het filter beinvloedt de nauwkeurigheid van het bepaalde
niveau, maar ook de breedte van de frequentie banden. Afhankelijk van het
meetdoel dient het meest optimale filter gekozen worden.
Verschil tussen smalbandige en terts analyse. Een groot verschil
tussen Fourier analyse en analyse in tertsbanden is dat de eerste een lineaire
frequentie schaal heeft, en de tweede een logaritmische schaal. Hierdoor ziet
het spectrum er geheel anders uit. Bij een Fourier analyse worden de laagste
frequenties samengeperst. Het menselijk gehoor heeft, net als voor het niveau
het geval is, voor frequenties een logaritmisch gedrag. Het interval tussen twee
octaven wordt telkens natuurlijk ervaren als bij elkaar behorende tonen. Het
gebruik van een tertsband analyse geeft dus beter de menselijke waarneming weer
dan een Fourier analyse.
2.4 Wat betekent dB(A) or "A-gewogen"? en "C-gewogen"?
De dB(A) is de grootheid waarin de sterkte van het geluid in verreweg de
meeste gevallen wordt weergegeven zodra het geluid in verband staat met de
menselijke waarneming. De reden dat de dB(A) in plaats van een gewone decibel
bij geluidmetingen en geluidberekeningen wordt toegepast heeft te maken met de
gevoeligheid van het (menselijk) oor, die voor de verschillende frequenties van
het geluid niet gelijk is. In de figuur hiernaast is deze weging weergegeven.
Bij 1000 Hz wordt geen correctie uitgevoerd, de weging is daar 0 dB. Bij 10 Hz
(helemaal links in de grafiek) bedraagt de weging -70 dB. Dat betekent dat een
mens een toon van 10 Hz veel zachter hoort dan een toon van 1000 Hz met dezelfde
fysische geluidssterkte, namelijk 70 dB zachter. Mensen zijn dan ook bijna doof
voor zulke lage tonen.
oor heeft geen vlakke respons over de frequentie
Een geluidsmeter met een "vlakke" respons zal de sterkte van het geluid met
lage toonhoogte (bijvoorbeeld 100 Hz) even hard meten als het geluid met hoge
toonhoogte (bijvoorbeeld 1000 Hz). Voor het menselijk oor klinkt die lage toon
echter zachter. Het trommelvlies? samen met de hamer, stijgbeugel en het ronde
venster gedragen zich als een mechanisch filter met een bepaalde frequentieband.
Voor techneuten: de "-3 dB" frequenties van dit filter bedragen 500 Hz aan de
lage kant, en 8000 Hz aan de hoge kant. Daarom wordt vaak bij geluidsmetingen
een elektronisch filter gebruikt dat net zo verzwakt als het menselijk oor.
Geluid dat is gemeten met dit A-filter wordt uitgedrukt in dB(A).
oor is ook niet lineair
Helaas is de menselijk ervaring van luidheid? ten opzichte van frequentie ook
niet evenredig met de sterkte van het geluid. Als het geluid erg hard is (100 dB
of meer), dan is de ervaring van de luidheid constanter over het hoorbare
frequentiegebied (het filter is dan vlakker). Dan kunnen de "B" en de "C" weging
gebruikt worden. In de praktijk worden deze wegingen echter maar weinig
gebruikt. In de A-weging zit dit effect dus niet verwerkt.
historie
De eerste poging voor een standaard voor geluidsmeters (Z24.3) werd
gepubliceerd door de American Standards Association in 1936, gesponsord door de
Acoustical Society of America. In deze standaard stonden 2 frequentie wegings
curves, "A" and "B" die waren gebaseerd op het karakter van het menselijk oor
voor lage respectievelijk hogere geluidsniveaus.
wetgeving en dB(A)
Met de komst van diverse wetten, zoals de inmiddels vervallen Hinderwet, de
Wet Geluidhinder, en de Arbo wet, werd de A-weging in feite aangenomen als de
"juiste" weging. Hetzelfde gebeurde in de VS met de Walsh-Healy act in 1969. Met
de A-weging kan het geluid in één getal worden uitgedrukt, in plaats van als een
spectrum, dat veel moeilijker te begrijpen is voor niet-deskundigen. Bij het
ontwikkelen van geluidsreducerende maatregelen is informatie over het gehele
geluidspectrum (bij alle frequenties dus) vaak wel noodzakelijk.
2.5 Hoe tel je geluidsniveau's op?
Als er twee niet met elkaar verband hebbende ("ongecorreleerde") geluidsbronnen
in een kamer zijn, bijvoorbeeld een radio met een gemiddeld geluidniveau van
62.0 dB, en een televisie die geluid produceert met 73.0 dB, dan is het totale
geluidniveau in decibel een logaritmische optelling van 62 en 73 dB:
Gecombineerde geluidniveau = 10 x log ( 10 (62/10) + 10(73/10) ) = 73.3 dB
N.B. Bij optelling van twee verschillende geluiden, kan het totale niveau
nooit meer zijn dan 3 dB boven de hoogste van de twee geluidniveau's.
Als er echter een fase relatie (correlatie) is tussen de twee geluidbronnen,
dan kan het totale niveau maximaal 6 dB hoger zijn dan de hoogste van de twee waarden.
2.6 Hoe werkt het oor?
Vanuit de buitenlucht komt het geluid op het trommelvlies terecht. Dat
gaat hierdoor een beetje trillen. Het trommelvlies zit tussen het gehoorkanaal en het middenoor. In
het middenoor liggen 3 kleine botjes (hamer, aanbeeld, stijgbeugel) tussen het trommelvlies en het ovale venster
van het binnenoor. Deze botjes brengen de bewegingen van het trommelvlies
over naar het ovale venster. Het binnenoor wordt slakkenhuis genoemd vanwege zijn spiraalvorm. Het slakkenhuis is gevuld
met vloeistof en is ongeveer 4 cm lang. In het slakkenhuis zit het basilair
membraan, waarop meer dan 10,000 haarcellen zitten. De haren van deze cellen
gaan door de geluidsgolven in de vloeistof van het slakkenhuis bewegen en
vertalen deze beweging in zenuwsignalen. De zenuwsignalen worden door de
gehoorzenuw naar het gehoorcentrum in de hersenen doorgegeven.
Het basilaire membraan is breder aan het uiteinde dan aan de basis bij het
ovale venster. Daardoor heeft het membraan een variërende stijfheid met de lengte.
Het slakkenhuis wordt smaller naar het uiteinde toe. Dit alles heeft
tot gevolg dat de tere haarcellen op verschillende posities op het membraan reageren
op verschillende frequenties. Deze haarcellen worden niet geregenereerd zoals
veel andere cellen in het lichaam. Ze kunnen daardoor onherstelbaar beschadigen
door hoge geluidsdoses. Dit kan diverse gehoorstoornissen tot gevolg hebben.
2.6.1 Hoe kan je met twee oren
horen of geluid recht van voren of recht van achteren komt?
De twee oren waarover de mens beschikt zijn voldoende om te bepalen waar een geluidsbron zich bevindt. Als een geluidsbron zich bijvoorbeeld
aan de rechterkant bevindt, komt het geluid eerder in het rechteroor aan dan in het linkeroor. De mens gebruikt dat verschil in aankomsttijden om
de geluidsbron te lokaliseren.
Daarnaast speelt het verschil in geluidssterkte een rol. Geluid van rechts komt zwakker door in het linkeroor, omdat het hoofd in deze situatie als
een soort geluidsscherm fungeert. Meestal kan door deze verschillen in waarneming tussen het linker- en rechteroor worden vastgesteld hoever
links of rechts een geluidsbron zich bevindt.
Het onderscheid tussen voren, achter, boven en onder is lastiger. Zo komt bijvoorbeeld het geluid dat recht van voren komt gelijktijdig en even luid aan in beide oren. Voor een geluidsbron recht achter geldt precies
hetzelfde. Toch kan de mens ook deze richtingen waarnemen voor veel soorten geluid, bijvoorbeeld spraak.Het geheim schuilt in de grillige asymmetrische vorm van de oorschelp.
De manier waarop het geluid in de oorschelp wordt gereflecteerd is door de onregelmatige vorm sterk afhankelijk van de richting van het geluid.
Bij geluid dat recht van voren komt, kunnen daardoor bepaalde hoge tonen versterkt worden, en andere juist verzwakt. Bij geluid uit een iets andere richting kan dat precies andersom zijn.Elke richting heeft zo zijn eigen karakteristieke reflecties in de oorschelp.
Vooral bij hoge tonen is dit richtingseffect sterk. Bij de verwerking van het
geluid in de hersenen worden de karakteristieke versterkingen en verzwakkingen gebruikt om de richting vast te stellen. Het effect van de oorschelpen is aangetoond met proeven waarbij de
oorschelp met kneedbaar rubber werd bedekt. De ribbels en holtes in de oorschelp worden op die manier afgevlakt. De reflecties in het oor worden
daardoor minder afhankelijk van de richting van het geluid. Het vermogen om de plaats van de geluidsbron te bepalen, ging daarmee verloren. Het plaatsen van trechters in de oren, waardoor de oorschelp wordt afgedekt, heeft hetzelfde effect.
Bron:
Paul Hofman, onderzoeker op het gebied van richtinghoren, Werkgroep Auditief Systeem, Katholieke Universiteit Nijmegen, in antwoord op een "knagende vraag" in het tijdschrift Intermediair.
2.7 Bij welk geluidniveau wordt geluid onveilig?
Het wordt sterk aanbevolen geluidniveau's boven 100 dB(A) te vermijden. In een disco kan het
geluid makkelijk boven de 100 dB(A) uitkomen! Ga hier liever niet te vaak naar toe. Gebruik gehoorbeschermers
bij geluidsniveaus boven 85 dB(A), vooral als u langere tijd (meer dan een uur)
aan lawaai wordt blootgesteld. Schade door lawaai wordt steeds erger en is
niet omkeerbaar of te genezen. Ook kan door hoge geluidsniveaus oorsuizen
ontstaan, dat zeer hinderlijk is. Als het op uw werk te lawaaiig is, ga dan naar
uw bedrijfleiding of direkte baas. Als er geen aktie wordt genomen, dan kunt u
de Arbo dienst inschakelen als
u vermoed dat het lawaai te hard is.
De veiligheidsaspecten van ultrageluid scans (bijvoorbeeld bij zwangerschap)
worden nog steeds onderzocht. Het is niet waarschijnlijk dat hier gehoorschade
door ontstaat.
Een veiligheidsrisico bestaat ook bij langdurige blootstelling aan trillingen.
Een voorbeeld is "witte vinger", dat voorkomt bij werknemers die bijvoorbeeld
vaak een kettingzaag gebruiken met de hand.
2.8 Wat is geluidintensiteit?
Geluidintensiteit is een specialistische geluidmaat. Het wordt uitgedrukt in decibel ten
opzichte van één picoWatt, 10 -12 Watt per vierkante
meter. Dit is bijna* gelijk aan het geluidniveau in decibel. Dat geldt alleen als
er geen staande golven of reflecties optreden, waardoor de effectieve
impedantie kan verschillen van de impedantie van lucht in het vrije veld.
In zijn volledige vorm hoort bij de geluidsintensiteit ook de richting waarin
het geluid zich voortplant. De intensiteit is dus een vector grootheid.
*Bij een vlakke golf die door een oppervlak van A m2 gaat
is het geluidvermogen gedefinieerd als de verhouding van de druk in het kwadraat
tot de impedantie van de lucht:
I = p^2/(rho*c)
Als dit wordt gecombineerd met de eenheidvector in de voortplantingsrichting,
dan is dit de hoeveelheid geluidenergie per seconde die wordt doorgegeven per
m2 in de voortplantingsrichting.
Geluidintensiteitsmetingen worden gebruikt bij de bepaling
van de grootte en plaats van geluidbronnen, als dat bij een gewone
geluidsdruk meting niet mogelijk is.
2.9 Hoe neemt geluid af met afstand?
Op afstanden die groot zijn ten opzicht van de afmetingen van de geluidbron,
neemt de geluidintensiteit af met het kwadraat van de afstand.
I = Io/D2
Dit is eenvoudig te berekenen, mits de geluidsbron klein is en in de open
lucht staat. Geluidberekeningen binnen (in een geluidsveld waar ook galm
een rol speelt, zoals een kamer of een zaal) zijn ingewikkelder.
Als het waarneempunt zo dicht bij de bron is, dat deze afstand klein is
ten opzichte van de afmetingen van de bron, dan is het geluidniveau
niet sterk afhankelijk van de positie. Men moet wel in staat zijn om het
"virtuele centrum" van het gehele geluidveld te bepalen. De afstand wordt
dan berekend ten opzichte van het "virtuele centrum".
Als de geluidsbron zich buiten bevindt, en als de afmetingen van deze bron
klein zijn ten opzichte van de afstand van de waarnemer, dan kan de bron
beschouwd worden als een puntbron. Het geluid wordt dan afgestraald over
een bolvormig oppervlak. De afgestraalde geluidenergie wordt dan
verspreid over een oppervlak dat evenredig is met het kwadraat van de afstand
tot de bron. (De denkbeeldige bol waar al het geluid doorheen gaat krijgt op grotere afstand
een steeds groter oppervlak). Het geluidsniveau zal dan afnemen met 6 dB voor elke verdubbeling
van de afstand. Een puntbron is bijvoorbeeld een kleine fabriek op honderd meter afstand.
Lijnbronnen, zoals bijvoorbeeld een weg met veel verkeer straalt het geluid
anders af, namelijk in de vorm van een cilinder. Ook het oppervlak van de
denkbeeldige cilinder wordt groter op grotere afstand, maar dat gaat evenredig
met de afstand. (Dus niet in het kwadraat, zoals bij een puntbron). Het
geluidsniveau van een lijnbron neemt hierdoor af met 3 dB per verdubbeling van de afstand.
Voorbeeld:
Op 100 m afstand is het geluidniveau van een fabriek 60 dB. Op 200 m bedraagt het geluidsniveau dan 60 - 6 = 54 dB(A).
Op 100 m afstand is het geluidniveau van een weg 60 dB. Op 200 m bedraagt het geluidsniveau dan 60 - 3 = 57 dB(A).
Het geluid van een weg draagt verder dan het geluid van een fabriek.
Dicht bij een geluidbron (in het nabijheidveld) zal het geluidniveau niet
de bovenstaande wetmatigheid volgen, omdat de verspreiding van de geluidsenergie
minder snel gaat. Een kleinere verzwakking van het geluid met de afstand
zal dan optreden.
Bovenstaande wetten zijn theoretisch. In de praktijk is het altijd nodig
om de absorptie van het geluid door de lucht mee te rekenen. Vooral bij hoge
frequenties is dit effect groot. Bij ultrageluid is de luchtabsorptie zelfs
de meest belangrijke factor.
De omgeving van de geluidsbron zal ook een groot effect hebben op de geluidsterkte
op grote afstand. Belangrijke parameters zijn de bodem en de wind.
Ook een verticale temperatuur gradiënt (dat het op grotere hoogte kouder
is of juist warmer) heeft effect. Reflecties via de bodem zijn ook belangrijk, zelfs op
korte afstand (vanaf afstanden die groter zijn dan de hoogte van de bron of de ontvanger boven
de bodem, meestal is dat maar een paar meter). De wind en de
luchttemperatuur hebben op afstanden van meer dan 100 meter grote invloed.
Omdat deze berekeningen zo complex zijn, is er in Nederland een
wettelijk voorgeschreven rekenmethode ontwikkeld. Dat vereenvoudigt de discussies over
geluidhinder aanzienlijk.
2.10 Wat is geluidvermogen?
Het geluidsvermogen, Lw, wordt vaak opgeven van machines
om aan te geven wat de totale geluidsenergie is die per seconde wordt
afgestraald. Ook hier wordt een decibel schaal gebruikt ten opzichte van
een referentie vermogen. Het referentieniveau van geluidsvermogen is 1 picoWatt
(pW) = 1x10-12 Watt. Één Watt afgestraald geluidsvermogen
wordt aangeduid met "Lw=120 dB re 1 picowatt". Als het geluidvermogen wordt
opgegeven met de A-weging, dan wordt de notatie in dB(A) gegeven.
Het geluidsniveau (Sound Pressure Level SPL) dat het gevolg is van een
bepaald geluidvermogen Lw dat wordt afgestraald in het vrije veld,
dus NIET over een hard (betegeld of bestraat) oppervlak, wordt als volgt berekend:
SPL = Lw - 20*log(r) dB re 20 microPa (r in meters)
Als het geluid wordt afgestraald boven een reflecterend oppervlak, zoals
dicht asfalt, dan moet 3 dB worden opgeteld bij het geluidsniveau.
Voorbeeld:
Een grasmaaier met een geluidsvermogen van 100 dB(A) zal een geluidsniveau
van ongeveer 89dB(A) produceren als je aan het maaien bent.
Als de grasmaaier op de straat wordt gebruikt, dan is het geluidsniveau door
het harde oppervlak 3 dB(A) hoger, namelijk 92 dB(A). In de tuin van de buren,
op 15 m afstand zal de geluidsdruk 65 dB(A) bedragen.
2.10.1 Hoe wordt geluidvermogen gemeten?
Geluidsvermogen wordt meestal indirect bepaald op basis van geluidsdrukken op meerdere
punten rondom de geluidsbron. Geluidsvermogen van apparaten die naar een
laboratorium kunnen worden gebracht worden meestal in een geluidsdode kamer of in
een galmkamer gemeten.
Er wordt of een "vergelijkingsmethode" of een "directe" methode gebruikt.
Bij de vergelijkingsmethode wordt de geluidsdruk die het apparaat produceert
vergeleken met de geluidsdruk van een standaard "Referentie Geluidsbron".
Dit is de meest gebruikte en goedkoopste methode.
De directe methode kan op twee manieren worden uitgevoerd. In de dode kamer
methode wordt het geluidsniveau gemeten helemaal rondom het apparaat, op een oppervlak
dat het apparaat geheel omsluit. Al deze gegevens worden gecombineerd om
het geluidsvermogen te bepalen.
In een galmkamer hoeft het geluidsniveau slechts op enkele plaatsen gemeten te worden in deze ruimte.
Het geluidsvermogen wordt dan bepaald uit:
LW = SPL + 10Log(A) - 6,2
A = de absorptie in de galmkamer in vierkante meters open raam.
Zie de Website van de ISO voor meer
informatie over dit soort metingen.
2.11 Wat is de geluidsnelheid in lucht, water....?
Geluidssnelheid is het tempo waarmee geluidstrillingen of geluidsgolven zich
voortplanten door de lucht en allerlei andere materialen. Deze snelheid hangt af
van de vastheid, temperatuur en samenstelling van deze stoffen. Door lucht en
bij kamertemperatuur is dat ca. 340 meter per seconde; bij droge lucht (met
relatief weinig waterdamp) met een temperatuur van 0ºC is dat 331 m/s. Dat is
gelijk aan 1194 km/uur. In vloeistoffen en vaste stoffen is dat meestal hoger.
In water bijvoorbeeld plant geluid zich voort met een snelheid van ca. 1500 m/s;
in hout is dat ca. 3300 m/s; in staal is dat ca. 5800 m/s; bij de hardste
metalen kan de snelheid oplopen tot 43.000 km/uur.
Geluidssnelheid is afhankelijk van de natuurlijke elasticiteit van de
moleculen waaruit het 'medium' waarin het zich voortplant bestaat, hun vermogen
heen en terug te veren.
De hoogste geluidssnelheid door de lucht bij een temperatuur van 0ºC is 740
mijl (ca. 1180 km) per uur. Wanneer een vliegtuig sneller vliegt dan zijn eigen
geluid treedt een effect op dat men 'het doorbreken van de geluidsbarrière'
noemt.
De eenheid van geluidssnelheid, het Machgetal is hiervan afgeleid. Naamgever
daarvan was de Oostenrijkse natuurkundige Ernst Mach.
Geluidssnelheid in lucht
Een benaderingsformule om de geluidssnelheid in lucht uit te rekenen is:
c = 20*sqrt(273 + T), T is de temperatuur in Celsius, c is de geluidssnelheid
in meters/sec.
Omdat de snelheid toeneemt als de temperatuur hoger wordt is de
geluidssnelheid ongeveer 12 m/s groter bij 20oC. De geluidssnelheid is vrijwel
onafhankelijk van de frequentie van het geluid, en ook van de luchtdruk, maar de
geluidssnelheid ten opzichte van de grond kan wel beïnvloed worden door de
snelheid van de wind.
Een goede benadering voor de geluidssnelheid in andere gassen dan lucht, maar
wel bij standaard temperatuur en druk, kan berekend worden uit:
c = sqrt (gamma x P / rho)
gamma is the verhouding van de soortelijke warmte, P is 1.013*105 Pascal. Rho
is de dichtheid van het gas.
Geluidssnelheid in water
De geluidssnelheid in water is ongeveer 1500 m/s, veel hoger dan in lucht.
Het is mogelijk om veranderingen van de temperatuur van de oceaan te meten door
te kijken hoe de geluidssnelheid over grote afstanden veranderd. De
geluidssnelheid in een oceaan is bij benadering:
c = 1449.2 + 4.6T - 0.055T2 + 0.00029T3 +
(1.34-0.01T)(S-35) + 0.016z
T is de temperatuur in 0Celsius, S is de zoutconcentratie in
deeltjes per duizend, z is de diepte in meters.
gamma is the verhouding van de soortelijke warmte, P is 1.013*105
Pascal. Rho is de dichtheid van het gas.
2.12 Wat wordt bedoeld met luidheid?
Luidheid (Loudness) is de menselijke ervaring van de sterkte van een geluid. De
luidheid van een geluid heeft niet altijd een simpel verband met het
geluidniveau.
De Luidheid van een geluid wordt uitgedrukt in phons. Het is het decibel niveau van een toon
van 1000 Hz die als even hard wordt gehoord als het geluid. Dat wordt getest
door een persoon met een normaal gehoor te laten luisteren naar het geluid, en
dit te vergelijken met een toon van 1000 Hz, met verschillende geluidniveaus, totdat
het precies klopt. Luidheid is dus een subjectieve maat, gemeten door een mens, en niet
door een apparaat.
Het begrip Luidheid wordt in Nederland weinig gebruikt. De dB(A) waarde geeft namelijk
ook een redelijk goede indruk van de luidheid. Historisch gezien werd de één-getalswaarde
van de A-weging niet direct door de gevestigde akoestici geaccepteerd. Het gehoor werkt namelijk
anders dan een geluidsmeter, die al het geluid met verschillende frequenties
optelt. Zo kan er een discrepantie ontstaan tussen de subjectieve luidheid van bepaalde,
zich herhalende, geluiden en het fysische geluidsniveau van die geluiden.
Een toename van het geluidsniveau met 10dB wordt meestal door een mens ervaren
als "twee maal zo hard". De sone is ook eenheid van luidheid die deze subjectief waargenomen
verdubbeling bij 10 dB in rekening brengt, waarbij geldt:
0.5 sone = 30 phons (dat betekent: een geluid met 0,5 sone is even hard als een 1000 Hz toon van 30 dB),
1 sone = 40 phons,
2 sones = 50 phons,
4 sones = 60 phons etc.
De sone kan niet goed gebruikt worden bij zeer lage en zeer hoge geluidsniveau's, hier geldt namelijk de 10 dB regel niet.
Berekeningen van de Luidheid hebben als voordeel dat ook het verschijnsel
"maskering" kan worden meegenomen. Maskering is het verschijnsel dat de
hoorbaarheid van een bepaald geluid kan worden verminderd door de aanwezigheid
van een ander geluid, dat in frequentie dichtbij ligt. Het principe van
maskering wordt gebruikt bij digitale audio. Door dit verschijnsel kan
een behoorlijke reductie van de bandbreedte bereikt worden (met andere woorden,
het aantal bits dat nodig is), zonder dat men een kwaliteitsvermindering kan
waarnemen. Aan de andere kant kan maskering tot gevolg hebben dat bijvoorbeeld een alarmsignaal
niet gehoord wordt, omdat er een ander geluid dit alarmsignaal maskeert.
2.13 Waardoor varieert de sterkte van geluid in de buitenlucht?
Vooral op grote afstand van een geluidbron, een weg bijvoorbeeld, kan de sterkte van het geluid flink variëren, afhankelijk van de weersomstandigheden.
De wind
Het belangrijkste effect wordt veroorzaakt door de wind. Vooral het verschil tussen meewind en tegenwind is erg groot. Hoe hard de wind precies waait heeft een minder groot effect dan de windrichting. Soms is een
geluidbron, die met meewind heel goed hoorbaar is, met tegenwind helemaal niet meer hoorbaar. Als het heel hard waait, zijn er nog andere effecten, het geluid wordt dan gemaskeerd door het geluid dat de wind zelf maakt.
De temperatuurverdeling in de lucht
Op grotere hoogte is het in het algemeen kouder dan bij de grond. Geluidsgolven die vanaf de bron naar boven gaan breken tegen zo'n koude luchtlaag nog verder naar boven. Daardoor wordt het geluid op grote afstand zachter. 's Avonds en 's nachts treedt er soms een "inversie" op. Vlak boven de grond is het dan kouder dan hoog in lucht. Het geluid vanaf de bron kaatst dan tegen een warmere luchtlaag aan, en wordt hierdoor naar beneden gebogen. Hierdoor komt het dat 's avonds een geluidsbron op grote afstand soms beter hoorbaar is dan overdag. In Nederland komen inversies vaak voor, vooral bij helder en windstil weer.
De bodem
Over een harde bodem (water, bestrating, asfalt) draagt geluid verder dan over een zachte bodem (zoals een akker of weiland).
Het seizoen
Er kan ook een verschil zijn tussen zomer en winter. Een dicht struikgewas of bos houdt het geluid iets tegen. Als 's winters de bladeren zijn afgevallen wordt dat iets minder, maar dat effect is niet groot. Het is alleen goed meetbaar als die strook bos flink diep is. Wel is de subjectieve ervaring van mensen anders als er groen is tussen hun huis en de
geluidbron. Als het vriest wordt de bodem hard, daardoor draagt het geluid verder. Als er een dik pak sneeuw ligt, dan wordt het geluid juist geabsorbeerd en is het stiller dan normaal.

3. Trillingen
3.1 Wat zijn trillingen?
Als iets regelmatig heen een weer beweegt om een middenpositie, dan
is dat een trilling. Voorbeeld van ongewenste trillingen zijn de bewegingen
van een gebouw naast een spoorlijn als een trein passeert. Een ander voorbeeld zijn de trillingen van de
vloer die soms worden veroorzaakt door een wasmachine of een centrifuge. Trillingen van een vloer kunnen
worden teruggebracht door trillingsisolatoren te gebruiken, bijvoorbeeld onder de voetjes van de
machine. Soms gaat dat echter gepaard met een
toename van de trillingen van de machine, waardoor eerder slijtage kan optreden.
De keus van de juiste trillingsisolatoren hoort te gebeuren op basis van onder andere berekeningen van de eigenfrequenties van
het de machine inclusief de isolatoren. Deze eigenfrequenties moeten flink lager zijn dan
de frequentie waarmee de machine staat te trillen.
3.2 Hoe worden trillingen gemeten?
Trillingen worden meestal gemeten met een versnellingsopnemer. Deze wordt
goed vastgemaakt op het trillende oppervlak dat gemeten moet worden. De
versnellingsopnemer produceert een elektrische lading die evenredig is met de
versnelling van het oppervlak. Deze lading wordt versterkt met een ladingsversterker
en opgenomen met een recorder of direkt afgelezen met een wijzer. De frequenties waarbij trillingen worden
gemeten liggen tussen 1 Hz en ongeveer 1 kHz. De hogere frequenties, die voor geluid wel vaak
van belang zijn, worden meestal niet gemeten met trillingen.
Het is soms zinvol om de trillingssnelheid te kennen, of de verplaatsing. Meestal worden
opnemers met een bewegende spoel gebruikt om direkt de trillingssnelheid te bepalen. Integratie
van het signaal geeft dan een maat voor de verplaatsing. Als er echter alleen een versnellingsopnemer beschikbaar is, is het noodzakelijk om het versnellingssignaal te integreren om de snelheid te verkrijgen. Nogmaals integreren levert dan de verplaatsing.
Als de trillingen sinusvormig zijn bij een bepaalde frequentie f, dan wordt de integraal
van de versnelling berekend door het originele signaal te delen door 2 x pi x f . Let hierbij op dat er hierdoor ook een faseverschil optreedt!
Voorbeeld:
Een machine trilt sinusvormig bij 79.6 Hz, met een rms versnelling gelijk aan de versnelling van kracht van 10 m/s2
De trillingssnelheid is dan 10/(2 x pi x 79.6) = 20 mm/s rms
De verplaatsing is 10/(4 x pi2 x 79.62) = 0.04 mm rms
Hier blijkt wel uit hoe klein de verplaatsing is bij toch wel een grote versnelling.
Het gemeten resultaat kan ook worden uitgedrukt in een amplitude van "nul tot top" in
plaats van "root-mean-square". Deze waarde wordt berekend als de wortel van 2
{sqrt(2)} maal
de rms waarde. De waarde van top-naar-top is dan nog 2x zo groot.
Er zijn dus drie grootheden van trillingen (versnelling, snelheid, verplaatsing) en
drie schalen (rms, nul-tot-top, top-top) totaal dus negen mogelijke manieren om
dezelfde trilling uit te drukken. Bovendien zijn er ook nog 3 mogelijke richtingen waarin
een voorwerp kan trillen (links-rechts, voor-achter, op-neer), dat zijn dus 27 mogelijkheden
voor verwarring..... en dan zijn er ook nog inches, mils, microns and millimeters...
Men moet dus eeuwig waakzaam zijn en precies zijn bij trillingsmetingen. Bij elk getal
hoort de volledige uitleg hoe het bepaald is.
3.3 Hoe kunnen trillingen beperkt worden?
Trillingsproblemen worden bestudeerd door het trillende systeem te bekijken alsof het
bestaat uit een aantal massa's die met elkaar verbonden zijn door veren. Er moet ook
rekening gehouden worden met de demping.
De trillingsbron kan van dit systeem deel uitmaken (bijvoorbeeld de motor van een auto).
De trillingsbron kan zich ook buiten het systeem bevinden (bijvoorbeeld een gevoelige
electronen microscoop die last heeft van trillingen van buitenaf).
Als de trillingen binnen het systeem gemaakt worden, dan is het nodig dat de resonantie
frequenties van de ophanging van de machine flink lager zijn dan de frequentie van
de trillingsbron (de motor van de auto bijvoorbeeld). Dit kan worden gedaan door of de
massa of de stijfheid van het systeem te veranderen.
Deze methode om trillingen te isoleren kan worden gedemonstreerd met een gewicht (een pan bijvoorbeeld) dat
aan een dik elastiek hangt. Als het elastiek zeer langzaam op en neer wordt bewogen
dan beweegt het gewicht precies even hard mee. Als er steeds sneller wordt bewogen ontstaat bij een
bepaalde bewegingsfrequentie resonantie. Het gewicht gaat dan veel sterker bewegen,
en zelfs in de tegengestelde richting. Wordt de bewegingsfrequentie nog veel sneller, dan zal
het gewichtje vrijwel stil komen te hangen. Dit voorbeeld met een elastiek is een voorbeeld van een veer onder rek. Vaker worden veren belast op druk (Zoals de banden van een auto).
Belangrijk:
Pogingen om "op gevoel" de trillingen van een machine te verminderen leiden er soms toe dat
het probleem juist erger wordt. Dat kan vooral gebeuren als de fabrikant oorspronkelijk
al de nodige aandacht had besteed aan een goed ontwerp.
Een andere methode om trillingen te bestrijden is om de trillingskrachten te neutraliseren
door een dynamische trillingsdemper (Dynamic Vibration Absorber). Dit is een extra massa-veer combinatie die wordt bevestigd aan de machine. De massa-veer wordt als een stemvork afgestemd
op de frequentie die bestreden moet worden. Deze demper gaat resoneren en zal dan een kracht
uitoefenen die tegengesteld is aan de ongewenste trilling. Trillingsdempers zijn alleen toepasbaar als het gaat om een trilling met een vaste frequentie.
Anti-trillingen, "Active Vibration Control", is een techniek die zich heeft ontwikkeld uit anti-geluid. Een anti-trillingen systeem meet de ongewenste trilling en produceert een in
fase tegengesteld signaal. Zo kunnen bijvoorbeeld de trillingen van de draaiende wielen van
een auto worden geneutraliseerd, zodat deze niet door het chassis heen komen naar de stoel
van de bestuurder.
3.4 Wat is resonantie?
Resonantie is het natuurkundige verschijnsel dat optreedt
als een systeem wordt aangeslagen bij zijn resonantie frequentie. De resonantie
frequentie wordt ook wel de natuurlijke frequentie genoemd.
De resonantie van een natuurkundig systeem, zoals een snaar of een metalen
plaat wordt bepaald door de massa en door de stijfheid. Als de massa groter
wordt gaat over het algemeen de resonantie frequentie omlaag. Als de stijfheid
groter wordt gaat de resonantie frequentie omhoog. In het hoorbare gebied treden
resonanties op tussen 20 Hz en 20.000 Hz.
Resonantie treedt ook op in holtes gevuld met lucht of een vloeistof, en in
elektronische circuits. In elektronische systemen kunnen zeer hoge resonantie
frequenties optreden (Megaherz of Gigaherz).
Op grotere schaal treden resonanties op in de zee, in de atmosfeer, bij de
ronddraaiende bewegingen van de planeten, en in de aarde zelf. De frequenties
van deze resonanties zijn over het algemeen veel lager. In plaats van over de
frequentie wordt dan meestal gesproken over de trillingsperiode, die uren, dagen
of maanden kan bedragen.
Eendimensionaal massa-veer systeem
Het meest eenvoudige denkbare systeem waarin resonantie optreedt (dat in
werkelijkheid echter niet bestaat) is een puntmassa die bevestigd is aan een
massaloze en dempingsloze veer?
die slechts in één richting kan bewegen. De veer zit aan de andere kant vast aan
de aarde (die oneindig vast wordt verondersteld). De resonantie
frequentie van dit systeem is gelijk aan:
ω = √ ( k / m )
Hierin is:
- ω de resonantie frequentie in radialen per seconde. ω is gelijk aan 2 π f,
waarin f de resonantie frequentie in Hertz is.
- k de stijfheid van de veer
- m de massa op de veer
Als dit eenvoudige systeem gedurende een bepaalde tijd wordt aangestoten met
een frequentie die gelijk is aan de resonantie frequentie, gaat het systeem
steeds harder trillen. Doordat er geen demping is, gaat er geen bewegings
energie verloren, en de aanstotingsenergie wordt volledig omgezet in
trillingsenergie van de massa op de veer. In een meer realistisch systeem is er
wel een demping, waardoor er wel energie in warmte?
wordt omgezet. De massa gaat dan niet steeds harder trillen, maar er ontstaat
een evenwicht. Als het systeem wordt aangestoten bij een frequentie lager dan de
resonantie, gebeurd er weinig. De massa gaat met dezelfde fase op en neer als de
aanstoting. Als het systeem wordt aangestoten bij een frequentie hoger dan de
resonantie, gaat de massa in tegenfase bewegen, maar de beweging is dan zeer
gering, omdat de massa door de veer geïsoleerd wordt van de
aanstotingsfrequentie.
Twee dimensionaal systeem
Een tweedimensionaal systeem wordt besproken aan de hand van een eenvoudig
voorbeeld, de snaar. Een snaar die aan twee kanten wordt ingeklemd heeft
meerdere resonantie frequenties. De laagste frequentie (de grondtoon) komt
overeen met een golflengte die gelijk is aan twee maal de lengte van de snaar.
Als de snaar bij deze frequentie wordt aangeslagen, dan treedt een staande golf
op. De snaar heeft echter in theorie oneindig veel resonantie frequenties, met
een golflengte die telkens moet passen op de lengte van de snaar. De eerste
harmonische boven de grondtoon heeft een resonantie waarbij de golflengte gelijk
is aan de lengte van de snaar.
In het algemeen geldt dat er een staande golf of resonantie optreedt als de
lengte van de snaar, gedeeld door de halve golflengte, een geheel getal?
is. Bij de grondtoon is dit getal gelijk aan 1, bij de eerste harmonische gelijk
aan 2, etc.
Als een snaar wordt aangestoten, bijvoorbeeld door te tokkelen, gaat hij
trillen in al zijn resonantie frequenties tegelijk. De grondtoon klinkt over het
algemeen het sterkste.
De hoogte van de resonanties van de snaar zijn niet alleen afhankelijk van de
massa en de stijfheid van de snaar, maar vooral van de spanning in de snaar.
Daarom kan een snaar van een muziekinstrument worden gestemd door de spanning te
veranderen. Hetzelfde geldt voor de spanning in een trommelvel, bij een pauk
bijvoorbeeld.
Andere meerdimensionale systemen
Andere meerdimensionale systemen zijn bijvoorbeeld een vat met lucht, zoals
een fles. Als de lucht wordt aangestoten (bijvoorbeeld door over de fles te
blazen) gaat de lucht in de fles trillen. Door de resonantie wordt deze trilling
bij bepaalde frequenties versterkt (er wordt energie opgenomen uit de stromende
lucht). Er wordt dan een duidelijk geluid hoorbaar bij de resonanties die in de
lucht van de fles optreden.
Dit type resonantie wordt toegepast bij een resonator van een xylofoon of de
klankkast van een viool of ander strijkinstrument. Zonder deze klankkast en de
optredende resonanties zou de klank van de snaar zeer zacht zijn en vrijwel niet
hoorbaar. In een piano werkt de achterwand, waarop de snaren zijn bevestigd als
klankbord. Door de grootte en het gewicht van dit bord treden zoveel resonanties
op dat vrijwel bij elke snaar versterking van het geluid optreedt.
Nagalm
Het verschijnsel resonantie veroorzaakt ook dat er nagalm optreedt. Als de
aanstoting stopt, blijft het resonerende systeem nog doortrillen. Hoe kleiner de
demping is, des te groter is de trilling van het systeem, en des te langer is
dan ook de nagalmtijd.

4. Bouwakoestiek
4.1 Wat is galmtijd?
Als je een kort geluid maakt in een kamer of zaal (bijvoorbeeld een klap
in je handen) dan hoor je het nagalmen. De nagalmtijd is de tijd dat het duurt
tot het moment dat het geluid met 60 dB is afgenomen. In de praktijk hoor je de nagalm
dan niet meer. Pionier op het gebied
van zaalakoestiek was Wallace Clement Sabine 1868-1919 (zie zijn
Collected Papers on Acoustics, 1922).
De galmtijd, T, is gedefinieerd als de tijd die nodig is voor een geluidafname
met een faktor 1 miljoen (60 dB). Deze tijd hangt af van het volume van de
zaal (of kamer).
0.161 x Volume
T = -------------------------------------------------------
som van alle wandoppervlakten x absorptie coefficienten
Hier blijkt al uit dat de galmtijd in een grote zaal (met een groot volume) groter
zal zijn dan in een kleine kamer.
Waarom is galmtijd belangrijk?
- Voor de verstaanbaarheid van spraak. In een goede zaal die voor lezingen of voor
lessen gebruikt wordt, is de galmtijd vrij kort. Als de galmtijd erg lang is (zoals
in een kerk) dan wordt de verstaanbaarheid veel slechter. Daarom
komt een preek in een grote kerk alleen goed over als er langzaam gesproken wordt.
- Voor de kwaliteit van een concertzaal. Daar moet de galmtijd wat langer zijn. Dan
wordt een luisteraar omhuld door het geluid, dat hem of haar van alle kanten bereikt.
De galmtijd in een grote kerk is nog langer dan in een concertzaal. Statige orgelmuziek en zang
komt dan juist heel mooi over.
- Voor verlaging van het geluidsniveau. In een grote hal (bijvoorbeeld een zwembad, sporthal of een stationshal) heeft een
een lange galmtijd tot gevolg dat het geluidsniveau erg hoog wordt. Het geschreeuw
van enthousiaste kinderen in een zwembad galmt bijvoorbeeld erg lang na. Daarom
is het in een zwembad vaak zo'n lawaai.
De galmtijd kan verkort worden door de absorptie van de wanden van de zaal te verhogen.
4.2 Wat is de geluidsabsorptie?
Geluidsabsorptie is het verschijnsel dat geluidenergie in warmte wordt omgezet.
Het geluid verdwijnt dan eigenlijk in het materiaal. De hoeveelheid
absorptie is een eigenschap van een materiaal en wordt uitgedrukt in de absorptie
coëfficient.
De absorptie coëfficient van een materiaal is de fractie van het
invallende geluidvermogen dat wordt geabsorbeerd. De rest van het geluid
wordt gereflecteerd. De absorptie coëfficient is afhankelijk van de
frequentie van het geluid, en wordt meestal gemeten bij elke octaafband tussen 125 Hz en 4000 Hz.
De absorptie coëfficient heeft een waarde tussen nul (geen absorptie, al
het geluid wordt gereflecteerd) en 1 (volledige absorptie, er wordt geen
geluid gereflecteerd).
Een meting van de absorptie kan op twee manieren gebeuren:
- In een "staande golf buis" of "impedantie buis". Dit is een goedkope
methode,waarvoor een klein stukje materiaal nodig is.
- In een "galmkamer". Hiervoor is een groter stuk materiaal nodig. De
metingen vinden plaats in een groter laboratorium.
De methode in een
buis meet alleen de absorptie voor loodrechte inval van het geluid. De methode
in een galmkamer meet de absorptie voor alle invalshoeken tegelijk. In de
buismethode worden lagere getallen gemeten dan in een galmkamer.
Voor gebruik van de gegevens in de bouwakoestiek kunnen beter de meetresultaten
van een galmkamer gebruikt worden. Maar de methode in een buis is eenvoudiger, en
als er niets anders beschikbaar is kunnen deze gegevens wel gebruikt worden.
Sommige materialen hebben gemeten in een galmkamer een absorptie coëfficient groter dan 1.
Dat komt door buigingseffecten, en door de randen van het materiaal dat in de
galmkamer wordt neergelegd. Het is dan beter de waarde af te ronden op 1.0 in plaats
van een waarde groter dan 1 te gebruiken.
4.3 Wat is het
verschil tussen isolatie en absorptie?
De termen "geluidsisolatie" en "geluidsabsorptie" werken vaak verwarrend.
Geluidsisolatie zorgt ervoor dat geluid niet van de ene plek naar de andere
plek kan komen. Bijvoorbeeld er is geluidsisolatie tussen twee appartementen
in een flatgebouw. Ook is er geluidsisolatie tussen buiten en binnen een woning.
Zware materialen zoals beton of metselwerk zijn het meest effectief om geluid
te isoleren. Een verdubbeling van de oppervlaktemassa zal de geluidsisolatie
met ongeveer 6 dB verbeteren. Een nog betere geluidsisolatie kan men bereiken met
een dubbele wand constructie. Deze twee wanden moeten dan wel los van elkaar staan
en mogen geen contact met elkaar maken. Door een goede geluidsisolatie wordt
het geluid teruggestuurd naar waar het vandaan kwam. Geluidsisolerende materialen zijn dus
zwaar, en zijn helemaal luchtdicht.
Geluidsabsorptie treedt op als geluid een materiaal tegenkomt dat de
beweging van de luchtdeeltjes omzet in warmte. Hierdoor verdwijnt het geluid
gedeeltelijk. Geluidsabsorberende materialen zijn over het algemeen licht van gewicht en hebben
een open constructie (je kan er doorheen blazen). Een geluidsabsorberend materiaal kan op
twee manieren gebruikt worden:
- Om het geluid in een ruimte te verminderen. Bijvoorbeeld gordijnen en tapijt in
een kamer verlagen de galm en het holle geluid
- Om de isolatie van een dubbele wand constructie te verbeteren. Bijvoorbeeld
steenwol tussen twee aanpandige woningen.
Voorbeelden van geluidsisolerende materialen:
beton, dubbel glas (enkel glas is minder effectief), metselwerk, hout (zonder kieren)
Voorbeelden van geluidsabsorberende materialen:
gordijnen, tapijt, steenwol, stoffen stoelzittingen (leer niet!), gaatjesplafonds.
4.4 Hoe meet men geluidsisolatie?
De meetmethode hangt af van de situatie. Er zijn verschillende
internationaal gestandaardiseerde methoden.
N.B.: de hierna genoemde standaarden
zijn Amerikaans of misschien verouderd. De Nederlandse norm voor geluidisolatie
is NEN 5077
De wand die moet worden getest bevindt zich tussen twee ruimtes.
Volgens de test procedures (zoals ASTM E-90 in een laboratorium en E336 in
een bestaand gebouw)
wordt hard, breedbandig en constant geluid gemaakt aan de ene kant van
de wand (het raam, of de muur) die getest wordt. Vervolgens wordt de hoeveelheid
geluid dat door het materiaal heen komt gemeten. De verhouding tussen het
invallende geluid en het doorgelaten geluid is de "geluidsreductie", die
meestal wordt uitgedrukt in decibel. Als de geluidsreductie bovendien
nog wordt gecorrigeerd voor de hoeveelheid geluidsabsorptie in de
ontvangstruimte, dan wordt het resultaat het "transmissieverlies" genoemd.
Deze metingen worden uitgevoerd voor het gehele frequentiegebied, en bestaan
dus maximaal uit 24 getallen, voor elke 1/3 octaafband.
Er is ook een manier om de geluidsisolatie in één getal uit te drukken.
In de VS gebeurd dit volgens de procedure ASTM E413.
Het frequentiegebied hiervoor is 125-4000 Hz.
De gemeten isolatie wordt dan vergeleken met een referentiecurve.
De waarde van deze curve bij 500 Hz wordt de "Noise
Isolation Class (NIC)" genoemd of de "Sound Transmission Class (STC)"
De internationale norm, ISO140-3 levert op dezelfde manier de geluidsreductie
en het transmissieverlies. Maar de ééngetals waarde volgens
ISO 717 gebruikt het frequentiegebied tussen 100 en 3150 Hz.
Soortgelijke methoden worden gebruikt voor contactgeluid, dat kan
optreden in appartementsgebouwen, bijvoorbeeld door naaldhakken op een parketvloer.
De metingen vinden plaats door met een automatische hamer op de vloer
te hameren, met een snelheid van 10 hamerslagen per seconde. Het geluidsniveau
in de kamer hieronder wordt dan gemeten, volgens ASTM E492 of ISO 140-4 en 717.
4.5 Hoe verbeter ik de geluidisolatie
van mijn woning?
Deze schijnbaar eenvoudige vraag wordt vaak gesteld. Eerst moet je je
afvragen of het inderdaad de geluidisolatie of de geluidabsorptie
is die verbetering nodig heeft. Wil je ongewenst geluid buiten je kamer houden,
of is het de bedoeling om minder overlast te bezorgen aan anderen?
De methode van geluidisolatie die het best gebruikt kan worden hangt
sterk af van de precieze situatie, het is lastig om algemene tips te geven. Elke
situatie is uniek, omdat die afhangt van de aard van het gebouw. Vaak is het
nodig specialistisch advies in te winnen. De volgende ideeën zijn een beginpunt.
Voor geluid van buiten, is meestal het raam het zwakste punt.
Dubbel glas zal de situatie hoorbaar verbeteren ten opzichte van
enkel glas. De dikte van de luchtspouw, de ruimte tussen de
twee glaspanelen is hierbij van belang. Dubbel glas met een grote luchtspouw
van 25 mm tot 100 mm, is alleen nodig in extreme situaties. Het "standaard" dubbel glas, dat goed werkt voor
warmte-isolatie is soms onvoldoende voor geluidisolatie.
Aandachtspunt is de ventilatie. Het openzetten van een raam laat ook het
geluid weer naar binnen. Door een "suskast" te gebruiken kan toch geventileerd
worden, zonder dat het geluid naar binnen komt.
Geluid van de buren kan worden tegengehouden door een extra voorzetwand
te gebruiken. Dat is een laag geluidsisolerend materiaal, bijvoorbeeld gipsblokken,
op enige afstand van de bestaande wand. De tussenruimte wordt gevuld met
absorptiematieraal (zoals steenwol). De extra wand mag niet aan de muur bevestigd
worden, dat zou de geluidsisolatie sterk verslechteren. De exacte
uitvoering van de constructie is erg belangrijk, en omdat het een ingrijpende
maatregel is, is het verstandig om eerst een onafhankelijke geluidsadviseur
in te schakelen voordat met het werk wordt begonnen. Deze adviseur dient
ook te beoordelen of het geluid niet langs andere paden binnenkomt, bijvoorbeeld
via het plafond of de vloer.
4.6 Tips
voor het binnenmilieu in kantoren
Bronvermelding: Deze
tips zijn afkomstig van Atze Boersma,
Boerstra Binnenmilieu Advies. U kunt veel meer hierover lezen in de publicatie van de Sdu, Arbo Themacahier
Binnenmilieu. Daar staat ook veel in over binnenklimaat, luchtkwaliteit, Licht,
etc. Te bestellen via de Sdu, 070-378 98 80, email sdu@sdu.nl,
ISBN 90 12 08978 6
Geluid van collega's en apparatuur
- Vermijd te grote hoeveelheden personen per kamer
- Breng dezelfde typen werkzaamheden zoveel mogelijk bij elkaar in één
ruimte onder.
- Bij grotere ruimten: Zorg dat men voor geluid producerende en privacy
gevoelige activiteiten uit kan wijken naar aparte, besloten, ruimten
- Zorg zowel in kleinere als in grotere ruimten voor een goede akoestiek.Let
bij de aanschaf van apparatuur op het bronvermogen.
- Plaats geluidproducerende apparatuur zoveel mogelijk apart, in onbemande
ruimten
Geluid uit buurvertrekken
- Zorg (bij nieuwbouwprojecten) dat een akoestisch adviseur na oplevering
daadwerkelijk controleert of de gestelde eisen gehaald zijn.
- Bij problemen: controleer of eventuele geluidslekken goed zijn gedicht,
voorzien is in barrières boven het verlaagde plafond en of de aansluiting
van de wanden op vloer, bouwkundig plafond en aangrenzende gevels en wanden
wel voldoende kierdicht zijn.
- Kies een indeling onder meer op basis van de akoestische relaties en
antirelaties.
- Voorzie in een geluidsisolatie van de vloeren die voldoet aan Ico;k
is minimaal 0 dB.
Geluid van buiten
- Voldoe bij nieuwbouw en ingrijpende verbouwingen aan de eisen uit het
Bouwbesluit.
- Plaats personen met functies die een lager achtergrondniveau vereisen aan
de geluidluwe zijde van gebouwen.
Geluid van ventilatiesystemen
- Ga uit van een maximum A-gewogen equivalent geluidsniveau (LAeq)
ten gevolge van ventilatiesystemen van 30-35 dB(A) in stillere ruimten, en
maximaal 35-40 dB(A) in reguliere ruimten.
- Controleer of er geen zuivere tonen aanwezig zijn.
Akoestiek en nagalmtijd
- Zorg in gewone kantoorruimten en vergelijkbare ruimten voor een dusdanige
hoeveelheid absorberend materiaal dat een nagalmtijd van 0,5 tot 0,7 seconde
bereikt wordt. In grotere kantoren mag de nagalmtijd iets hoger zijn.
- Ga in ruimten die voor mondelinge overdracht bedoeld zijn uit van een
nagalmtijd van 0,8 tot 1,0 seconde.

5. Geluidshinder
5.1 Wat te doen als ik last van mijn buren heb?
"De buren" zijn de grootste bron van geluidshinder in Nederland. Het probleem
is zonder ingrijpende bouwkundige maatregelen moeilijk op te lossen. Wel kunnen buren natuurlijk
proberen om beter
rekening met elkaar houden. Overleg hierover met elkaar is nodig.
Enige wijze adviezen als alle normale pogingen niet hebben geholpen om het gedrag van de buren
te verbeteren.
- Blijf correct. Je mag best laten merken dat je baalt als een stekker, maar blijf correct. Wees duidelijk in wat je precies niet acceptabel vindt. Accepteer alleen structurele maatregelen (bijvoorbeeld een zachte vloer), geen "we zullen zoveel mogelijk rekening met je houden..".
- Reageer ELKE KEER dat je overlast ervaart. Stap er naar toe. Sla geen keer over. Als zij menen het recht te hebben om tig keer voor overlast te zorgen, dan mag jij daar tig keer wat van zeggen.
- Dit werkt, in die zin dat het bezorgen van overlast hen niet meer vanzelf afgaat. Da's belangrijk. Je bent nu langzamerhand beland op het punt dat er wat verbetert, of dat je buurtjes je niet meer te woord willen staan (o, ja, wanneer ze ook maar iets insinueren over dat er iets met jou mis is, maak daar dan een punt van. Eis excuses. Doen ze dat niet, dan mag jij degene zijn die de gesprekken voor gezien houdt. Per slot bel je daar niet aan om beledigd te worden).
- Bij beëindiging van het 'goed overleg', door wie dan ook, kun je, bijvoorbeeld per aangetekende brief, aangeven waarom je genoodzaakt bent tot het schrijven ervan. Je geeft aan dat jij helaas naar andere oplossingen moet zoeken, nu goed overleg niet langer mogelijk is. Die oplossingen noem je niet, want daar zoek je immers nog naar.
- Afhankelijk van welke juridische poten je hebt om op te staan, ga je over tot : naar de verhuurder, een advocaat stappen, de politie bellen, en/of op de muur bonken o.i.d. (blijf ook hierin 'correct': doe het alleen op het moment van overlast en niet langer dan noodzakelijk).
- Dit zijn natuurlijk grote lijnen. Het belangrijkste is: volhouden. Niet om te winnen, maar omdat je mag en zult protesteren. Ze zullen het weten, elke keer weer. Meer niet. Mijn ervaring is: zij houden het niet vol.
- Als je nu al weet, dat je deze 'koninklijke' weg niet wilt bewandelen tot het einde toe, verhuis dan nu.

6. Diversen
6.1 Wat is anti-geluid?
Anti-geluid is een populaire term voor "Active noise control", actieve
geluidbestrijding. ANC is een manier om met een electronisch systeem
ongewenst geluid te verminderen, of zelfs geheel te verwijderen. Het werkt door een
geluidsgolf met gelijke amplitudo maar met tegengestelde druk op het
geluid af te sturen. Als de omgekeerde geluidsgolf wordt opgeteld bij
het originele geluid, dan wordt het volledige stil op die
locatie.
Deze methode van geluidbestrijding wordt soms gezien als een
"wondermiddel" voor alle geluidsproblemen. Maar dit is niet het geval.
Geluid in tegenfase maken in een 3-dimensionale ruimte, zoals een woonkamer,
is bijzonder moeilijk tot onmogelijk. Het is wel mogelijk op één enkele locatie, bijvoorbeeld
bij het oor van een passagier in een vliegtuig. Veel onderzoeksinstituten
zijn bezig om de technieken voor antie-geluid te verbeteren.
6.2 Wat is de geluidsbarriere?
Als een vliegtuig sneller gaat dan het geluid, dan kunnen de drukgolven
die het vliegtuig veroorzaakt, niet meer van het vliegtuig vandaan lopen.
De drukgolven zijn dan namelijk langzamer dan het vliegtuig. "Langzamer"
betekent hier ongeveer 1200 km/uur
op zeeniveau. Op vlieghoogte is de snelheid van het geluid
ongeveer 10% lager. Omdat de geluidsgolven niet weg kunnen, worden de
drukverstoringen bij elkaar opgeteld, en blijven deze achter het
vliegtuig aanlopen. Het vliegtuig vliegt dan aan de top van een
kegelvormige schokgolf. De belangrijkste schokgolf wordt gemaakt door
de neus van het vliegtuig. Kleindere schokgolven komen door
andere discontinuiteiten van de vliegtuigromp.
Nog op een andere manier uitgelegd:
Een lichaam dat door de lucht beweegt, drukt de lucht opzij. Kleine
verstoringen van de lucht bewegen met de geluidsnelheid. Verstoringen
vanaf een langzaam bewegend lichaam verspreiden zich in cirkels, net zoals
de golfjes die onstaan als er een steen in het water gegooid is.
Als het lichaam snel beweegt, liggen deze cirkels dichter bij elkaar in
de richting van de beweging. Als het lichaam supersonisch snel beweegt, harder
dan het geluid, dan gaan
de cirkels elkaar overlappen. De omhullende van al die cirkels vormt dan
een kegel. De tophoek van die kegel wordt bepaald door de snelheid, hoe
sneller het lichaam, hoe smaller de tophoek.
Ook dit is te zien in water: een snel zwemmende eend, of een boot, laat
ook een zog achter zich met een scherpe tophoek.
Het bestaan van deze kegel is ontdekt door Ernst Mach in de negentiende
eeuw. Als een vliegtuig harder vliegt dan het geluid, wordt dat uitgedrukt
in het Mach-getal. Mach 2 is bijvoorbeeld 2x zo hard als de geluidsnelheid.
6.3 Kan je geluid focusseren?
Geluid kan gefocusseerd worden, net zoals licht. Bij licht kan je een lens gebruiken om alle lichtstralen in een
brandpunt samen te laten komen. Met geluid kan dat dus ook, maar de "lenzen" moeten dan veel groter zijn, omdat de
golflengten van het geluid veel groter zijn dan de golflengten van het licht. Het effect van gefocusseerd geluid is
te horen in sommige gebouwen met een koepel, zoals het Capitol in Washington, en St. Paul's Cathedral in London.
Maar er moet dan niet teveel achtergrondlawaai zijn.
Grote parabolische spiegels met een diameter van 0,5 meter of meer kunnen worden gebruikt om geluid te zenden
of te ontvangen over flinke afstanden. In New Metropolis in Amsterdam is een opstelling hiervan gemaakt. Het is ook
mogelijk om geluid te buigen en in een "brandpunt" te doen samenkomen met een "akoestische lens". Zo'n lens is een
grote ballon, bijvoorbeeld 2 meter in diameter, gevuld met het onschadelijke CO2 gas (koolzuurgas, of kooldioxide).
Geluid uit luidsprekers kan ook gefocusseerd worden, maar dan wel met behulp van de nodige electronica. Er wordt dan een array van luidsprekers gebruikt, waardoor het
geluid in een bepaalde richting sterker wordt uitgezonden, in andere richtingen minder sterk. Voorbeelden hiervan
zijn in Hoog Catharijne in Utrecht, en ook in de stations Den Bosch en Amersfoort (in de centrale hallen).
6.4 Wat is sonoluminescentie?
In de 30er jaren ontdekten Frenzel and Schultes dat fotografische platen
"mistig" werden als ze ondergedompeld werden in water waarin
hoogfrequent geluid aanwezig was. Bij recentere proeven is het gelukt om een
lichtgevende pulserende luchtbel te genereren door een staande geluidsgolf.
Sonoluminescentie is het verschijnsel dat kleine luchtbellen in water licht
blijken uit te zenden, als er hoogfrequent geluid aanwezig is, met een hoge
geluidintensiteit. Het verschijnsel kan ook optreden bij andere gassen, of in
andere vloeistoffen. Het ontstaansmechanisme wordt nog niet geheel begrepen. Men
denkt dat zeer hoge drukken en temperaturen in het centrum van de imploderende
luchtbel optreden.
6.5 Waarom hoor je een toon als je over een fles blaast?
Een toon ontstaat door resonantie. Resonantie treedt op als aan een systeem
dat bestaat uit massa en een veer energie wordt toegevoegd. Veel
muziekinstrumenten zijn gebaseerd op resonantie. Pianosnaren geven een toon af
bij hun resonantie als er met een hamer op wordt geslagen. Vioolsnaren gaan
resoneren als er over gestreken wordt. Als de vioolsnaar met een vinger korter
wordt gemaakt, dan veranderd de toon. De resonantie frequentie van de snaar
wordt dan hoger. Ook in een fles kan resonantie optreden. De fles is ook een
massa-veer systeem, waaraan door het blazen energie wordt toegevoegd. Het
luchtvolume in de fles gedraagt zich als de veer, terwijl de lucht in de hals
van de fles zich gedraagt als de massa. Dit systeem wordt een Helmholtz
resonator genoemd. De resonantiefrequentie is ongeveer gelijk aan:
f = { c sqrt (S/LV) } / 2pi
c is de geluidsnelheid
S is het oppervlak van de opening van de hals
V is
het volume van de fles
L is de effectieve lengte van de hals, dat wil zeggen
de echte lengte plus een eindcorrectie. De eindcorrectie is ~ 1.5 maal de straal
van de opening van de hals.
Het is lastig om deze formule voor een fles
toe te passen, je weet immers niet precies hoe lang de hals is, en op welk punt
de hals overgaat in het volume. Wat je kan proberen is om een laag water in de
fles te doen en dan weer te blazen. Hoor je dan een verschil? Wordt de toon
hoger of lager? Kan je dat met de formule begrijpen (tip: door het water maak je
het volume V kleinder).
De formule klopt wel goed voor een klassieke
Helmholtz resonator, die de vorm heeft van een bol met een pijpje erop. Vroeger
werden veel proeven gedaan met Helmholtz resonatoren. Het Teylers museum in
Haarlem heeft een mooie verzameling.
Helmholtz resonatoren worden soms
gebruikt om geluid te absorberen in de buizen van air conditioning. Ze worden
ook wel gebruikt als absorberende elementen in plafonds of muren van zalen of
kantoren, meestal worden ze onzichtbaar weggewerkt.
6.6 Waarom hoor je de zee ruisen in een schelp?
Omdat de schelp heimwee heeft naar de zee? Het is romantisch om dat te denken, maar het is niet waar. Ook is het niet waar dat je het geluid van je eigen bloed hoort dat door de aderen in je oren stroomt.
Heb je niet zo gauw een schelp bij de hand? Een limonadeglas of een koffiemok om
je oor houden werkt ook heel goed. Maar niet helemaal vastdrukken tegen je
hoofd, laat een gedeelte open.
Dit is wat er echt gebeurd: Het is net zoiets
als wat er gebeurd als je door een roze bril zou kijken. Alles wordt dan roze.
De andere kleuren worden weggefilterd. Als je een groot slakkenhuis bij je oor
houdt, dan wordt er een akoestisch filter gemaakt. Dit filter "kleurt"
het geluid dat om je heen aanwezig is. En dat gefilterde geluid klinkt ongeveer
net als de branding van de zee.
Het geluid dat je hoort is dus niet echt
de zee, maar een gedeelte van het normale achtergrondgeluid om je heen. Twee
belangrijke verschillen treden op, omdat het oor voor een groot deel wordt
afgeschermd door de schelp:
1- Geluiden met frequenties die niet in de buurt van de resonantie frequenties
van de schelp liggen komen niet in je oor terecht.
2- Het geluid bij de resonantiefrequenties van de schelp wordt versterkt.
Met
metingen kan worden aangetoond dat bij bepaalde frequenties de geluidsdruk met
15 dB wordt versterkt. Daardoor heb je de illusie dat er in de schelp geluid
wordt gemaakt, dat zonder die schelp niet aanwezig is.
6.7 Wat zijn muziekintervallen?
Toonhoogte is in objectieve zin de frequentie van een muzieknoot.
Bijvoorbeeld de A heeft een frequentie van 440 Hz.momenteel. Momenteel, want
vroeger was de toonhoogte van de A lager, bijvoorbeeld bij een oude piano kan de
A een frequentie van 435 Hz hebben.
Door deze standaard toonhoogte van de A,
wordt ook de toonhoogte van elke andere muzieknoot bepaald. Bijvoorbeeld op een
piano verschilt elke halve noot met een factor "wortel 2" of 2^(1/2).
Een octaaf komt overeen met een frequentie verhouding van 2:1. Bijvoorbeeld de
A-snaar van een viool is 440 Hz. De A een octaaf hoger is 880 Hz.
Veel
geluiden die geen echt toonkarakter hebben worden door musici beschouwd als
niet-tonaal. Bijvoorbeeld een trommel, cymbalen, castagnetten, tambourein. Dit
geldt ook voor het gesproken woord.
Een interval is de frequentie verhouding
tussen 2 muzieknoten.
De frequentie verhouding staat hieronder voor de
C-majeur toonladder. Maar dezelfde verhoudingen gelden voor alle andere
majeur-toonschalen.
C
(9:8)
D
(10:9)
E
(16:15)
F
(9:8)
G
(10:9)
A
(9:8)
B
(16:15)
C
<- Octave
Het inteval tussen E & F en tussen B & C is een halve toon. Alle
andere intervallen in deze toonladder zijn hele tonen.
Intervallen
krijgen vaak andere namen. Bijvoorbeeld in de C-majeur toonladder: C D E F G A B C,
is de noot E de derde noot, en staat met het interval terts af van de C. De
toonladder voor D-majeur, D major: D E F# G A B C# D, is de terts het interval
tussen D en F#. De term interval kan ook worden gebruikt om aan te duiden dat
noten tegelijk worden gespeeld. Dan kunnen er consonante (mooi klinkende) en
dissonante (vals klikkende) klanken ontstaan.
De tonen van een
mineur-toonladder verschillen van de majeur-toonladder. Een belangrijk verschil
is de kleine terts. Bijvoorbeeld voor de toonladder C-mineur is de derde toon,
Emol een kleine terst hoger dan de grondtoon C.
6.8 Wat veroorzaakt "helium stem"?
Als je de stem hoort van iemand die helium heeft ingeademd, lijkt het of de
toonhoogte van de stem verhoogd is. Een basstem veranderd bijna in het stemmetje
van Donald Duck.
WAARSCHUWING - Het inademen van helium kan gevaarlijk zijn.
Een
holte, zoals ook de keelholte, heeft een aantal resonantie frequenties. Deze
frequenties hangen af van de vorm en de afmetingen van deze holte, maar ook van
de snelheid van het geluid binnen de holte. De stembanden van een mens trillen
in het spraakkanaal. Daarbij genereren de stembanden een brede frequentieband
boven de grondtoon van de stembanden. De spraakholte versterken diverse
frequenties waardoor het typische stemgeluid ontstaat.
De geluidssnelheid in
helium gas is meer dan twee keer zo hoog als de geluidsnelheid in lucht.
Daardoor zullen, als iemand helium inademt, de resonantie frequenties omhoog
gaan volgens deze verhouding. De mechanische resonantie frequenties van de vaste
of flexibele delen van de spraakholte worden niet veranderd door het heliumgas,
maar het resultaat van de hogere resonantie frequenties van de diverse
stemholtes, resulteert erin dat de verschillende componenten in het
spraakspectrum op een andere manier worden versterkt dan als er alleen lucht is
ingedademd. Dit leidt tot een totaal ander timbre van de stem, en ook tot de
verandering in de toonhoogte die je hoort.
6.9 What is structural
acoustics?
Structural acoustics is concerned with the coupled dynamic response of
elastic structures in contact with non-flowing fluids into which
vibrations or sound is consequentially emitted. Conversely, sound in the
fluid can excite vibrations in the structure.
The fluid, although non-flowing, undergoes small-amplitude vibration
relative to some equilibrium position.) For heavy fluids like water, the
coupling is two-way, since the structural response is influenced by the
fluid response, and vice versa. For lighter fluids like air, the coupling
may be either one-way (where the structural vibration affects the fluid
response, but not vice versa) or two-way (as occurs, for example, in the
violin.
Structural acoustics problems of interest involving water include the
vibration of submerged structures, acoustic radiation from mechanically
excited, submerged, elastic structures; acoustic scattering from
submerged, elastic structures (e.g., sonar echoes); acoustic cavity
analysis; and dynamics of fluid-filled elastic piping systems. These
problems are of interest for both time-harmonic (sinusoidal) and general
time-dependent (transient) excitations. Water hammer in pipes can be
thought of as a transient structural acoustics problem.
Structural acoustics problems of interest involving the air medium
include determining and reducing noise levels in automobile and airplane
cabins.
Reference (for simple geometry problems): "Sound, Structures, and Their
Interaction," Second Edition, by M.C. Junger and D. Feit, MIT Press,
Cambridge, Mass (1986).
6.10 What is the doppler
effect?
When a sound source is moving, a stationary observer will hear a
frequency that differs from that which is produced by the source. The
doppler effect will be noticed as a marked drop in pitch when a vehicle
passes at high speed. An interesting fact is that doppler for any straight
line movement always sweeps down in pitch!
If one approaches a sound source by moving toward it with a velocity,
v, the frequency of the sound heard is F=Fo(c+v)/c, where Fo is the
emitted sound frequency, c is the speed of sound in still air and v is the
speed of the observer or the moving source. if one moves away from a sound
source, the sign of v is reversed.
But for an approaching sound source, the frequency of the sound heard
is F=Fo*c/(c-v). For a receding source the sign of the velocity, v, term
is reversed.
The speed of sound in air is approximately 340 m/s (see 2.11).
Example 1: A sound source, S, emits 1000 waves per second (1 kHz) and
is moving directly towards an observer, O, at a speed of 100 metres per
second (equivalent to approximately 225 miles per hour).
After 1 second the wave front, which is travelling at the speed of
sound, will have travelled 340 metres from the original source position.
Also after that second the sound source will have moved 100 metres towards
the observer.
0 m 340 m
S | | | | | | | | | O
<-------------- 1000 waves ------------------>
100 m 340 m
S | | | | | | | | | O
<------- 1000 waves --------->
Therefore the same number of waves will occupy a space of 340-100 =
240 metres and the wavelength will be 240/1000 = 0.24 metres. To the
observer the frequency heard will be the speed of sound divided by its
wavelength = 340/0.24 = 1416.7 Hz.
Example 2: An observer moving at 100 metres per second directly
approaches a stationary sound source, S, which is emitting 1000 waves per
second (1 kHz). In this example there is no change in wavelength. In one
second, the observer will hear the number of waves emitted per second plus
the number of waves which s/he has passed in the time (1000+100/0.34) =
1294.1 Hz.
Note the interesting result - a stationary observer with moving source
will not hear the same frequency as a would a moving observer with a
stationary source.
Interesting corollaries are that if one is confined to movement
velocities equal to or less than the speed of sound, on approaching a
sound source, one will observe frequencies up to only twice the radiating
frequency, but if one is stationary and approached by a sound source,
there is no upper frequency limit.
Thought teaser: Apply these principles to light, aether, red shift and
quasars. What would cause a "blue shift"?
6.11 What is white noise, pink
noise?
The power spectral density of white noise is independent of frequency.
There is the same amount of energy within any two different but
identically sized frequency intervals. E.g. 84-86Hz and 543-545Hz. A
narrow band FFT analysis of white noise will show as flat. However octave
band analysis will show the level to rise by 3dB per octave because each
band has twice the frequency range of the preceding octave.
Pink noise is produced by filtering white noise to have the same power
within each octave. Narrow band analysis will show a fall in level with
increasing frequency, but third-octave band or octave band analysis
results will be "flat".
6.12 Hoe werkt een luidspreker?
Een luidspreker is een apparaat waarmee elektrische signalen worden omgezet
in geluid. Er zijn vier verschillende types luidspreker:
- elektrodynamisch
- magnetostatisch
- elektromagnetisch
- elektrostatisch
De meeste luidsprekers werken doordat de in de tijd variërende elektrische
stroom? door een spoel? loopt die in een constant magnetisch veld is opgehangen.
De windingen van de spoel ondervinden hierdoor een kracht?. De spoel is
bevestigd aan de luidsprekerconus. Dat is een kegelvormig membraan, licht van
gewicht en vaak van papier of kunststof gemaakt.
Het vermogen van een luidspreker worden in watt gemeten. Dit is echter het
elektrisch vermogen, dat niet in direct verband staat met het afgestraalde
geluidsvermogen.
Een luidspreker zit meestal in een box. De conus zelf is meestal verborgen
achter een dunne doek. De box heeft tot doel om het geluid dat door de
achterzijde van de conus wordt uitgestraald tegen te houden. Anders zou dit
geluid destructief interfereren met het geluid dat aan de voorzijde afgestraald
wordt, en zou er vrij weinig te horen zijn.
Vaak zitten in één luidsprekerbox meerdere luidsprekers. Bijvoorbeeld een
tweeter en een woofer. De woofer is bestemd voor de lage tonen en heeft de
grootste oppervlakte. Deze grote oppervlakte is nodig om geluid van een lage
frequentie effectief te kunnen produceren.Tweeters zijn ontworpen voor het maken
van de hoge tonen. Om hoge tonen uit te sturen is het beter om een klein
oppervlak te gebruiken, omdat een groot oppervlak bij de hoge frequenties
ongewenste resonanties vertoont. Een ideale luidsprekerconus is zo stijf dat er
geen resonanties optreden in het frequentiegebied waar hij voor bedoeld is.
Zowel tweeters als woofers werken ook wel in het middengebied. De duurdere
luidsprekersystemen hebben vaak nog meer onderdelen, bijvoorbeeld ook nog een
Sub-Woofer voor de allerlaagste tonen. In de luidsprekerbox zit vaak een
elektrisch filter? dat het juiste deel van het elektrische signaal naar de
juiste luidspreker stuurt.
Om met een kleine luidsprekerbox toch nog lage tonen te kunnen leveren, wordt
veel gebruik gemaakt van een basreflex systeem. Deze luidsprekers zijn meestal
te herkennen aan een opening onderin de voorkant.
6.13 Wat is audiologie?
Audiologie is het vakgebied dat zich bezig houdt met het meten en door
hulpmiddelen corrigeren van het gehoor. Tot de audiologie behoort het voorkomen,
opsporen, onderzoeken en behandelen van allerlei stoornissen van het gehoor.
standaard onderzoek
Audiologie wordt vooral gebruikt om de aard en omvang van een gehoorverlies
te bepalen, over het algemeen gebeurt dat met een toonaudiogram, waarbij de
gehoordrempel wordt vastgesteld. Een audiogram is een grafiek waarin de
gehoordrempel wordt zichtbaar gemaakt Het audiogram geeft aan hoeveel je gehoor
afwijkt van de normale waarde.
Het onderzoek wordt uitgevoerd voor elk oor afzonderlijk. De persoon waarvan
het gehoor wordt getest krijgt via een hoofdtelefoon geluiden te horen van een
zuivere toon, meestal in stappen van telkens een octaaf. Telkens als hij of zij
iets gehoord heeft moet er op een knop gedrukt worden. Hierbij zijn een stille
omgeving, bewuste medewerking en concentratie van de te testen persoon
noodzakelijk. Vooral het horen van zeer zachte tonen vergt inspanning. Bij alle
verschillende toonhoogten wordt de ondergrens van het gehoor bepaald, d.w.z. de
minimale sterkte om het geluid te horen.
Dit onderzoek wordt meestal uitgevoerd in een speciale cabine, die er voor
zorgt dat geluiden van buitenaf volledig gedempt worden. Anders is het voor de
proefpersoon niet mogelijk de zachtste geluiden goed te onderscheiden. De cabine
ziet er ongeveer uit als een telefooncel, met daarin een stoel, en een
koptelefoon. In de leuning van de stoel zit dan een knopje om op te drukken.
Buiten de cabine zit de audiologisch assistent, die de tonen aan- en uitzet.
afwijkend audiogram
Een normaal audiogram geeft het gehoor weer als een rechte lijn. De
gehoordrempel is dan over het gehele spectrum normaal. Bij een afwijkend gehoor
vertoont het audiogram afwijkingen. Er zitten dan “dips” in de gehoordrempel.
Er zijn verschillende oorzaken voor een afwijkend audiogram:
- Ouderdomsdoofheid of presbyacusis. Bij oudere mensen treedt meestal
spontaan ouderdomsdoofheid op. Deze doofheid manifesteert zich vooral bij de
hogere frequenties, waarbij de gehoordrempel dan aanzienlijk verhoogd kan
zijn.
- Gehoorschade. Dit kan ontstaan door langdurig werken in een lawaaiige
omgeving (meer dan 80 dB(A)). Gehoorschade manifesteert zich meestal door een
“dip” in het gehoorspectrum, bijvoorbeeld rond 4000-8000 Hz. ('discodip')
- Aangeboren slechthorendheid
het belang van audiologie
Het gehoor is van belang voor de taalverwerving bij peuters en kleuters,
daarom is het ook voor deze leeftijdsgroep belangrijk om audiologisch onderzoek
uit te voeren als er verdenkingen van gehoorstoornissen zijn. Een moeilijkheid
kan zijn dat kleine kinderen nog niet voldoende kunnen meewerken om een goed
audiogram te maken. Verder is audiologie van belang om het gehoor van volwassen
te onderzoeken om te bepalen of er een gehoorapparaat nodig is.
6.14 Wat is psychoakoestiek?
Psychoakoestiek is de wetenschap die zich bezighoudt met hoe mensen geluid
waarnemen. Het gaat hier vooral om de relatie tussen subjectieve waarneming
(psychologie) en objectieve natuurkundige aspecten (akoestiek) van klank. In
veel toepassingen van akoestiek en audio signaal bewerking is het van belang om
te weten wat mensen eigenlijk horen. Geluid, dat bestaat uit drukgolven in de
lucht, kan exact gemeten worden met geavanceerde meettechnieken. Het begrijpen
van de manier waarop deze geluidsgolven worden opgevangen in het oor, en hoe ze
worden omgezet in gedachten en waarnemingen in de hersenen is echter niet
makkelijk. Geluid is een continu analoog signaal dat in theorie een oneindige
hoeveelheid informatie kan bevatten. Hoe kan een mens uit al deze informatie de
wenselijke informatie filteren?
Grenzen aan de geluid perceptie
Het menselijk gehoor is over het algemeen in staat geluiden waar te nemen in
het frequentiegebied tussen 20 Hz to 22 kHz. Bij het ouder worden verminderd dit
hoorbare gebied. Vooral het waarnemen van de hoogste frequenties wordt dan
aanzienlijk slechter. De frequentie resolutie van het oor bedraagt in het
middengebied ongeveer 2 Hz. Dat wil zeggen dat verschillen in toonhoogte van
meer dan 2 Hz kunnen worden waargenomen. Echter, op andere manieren kunnen
kleinere frequentieverschillen worden waargenomen. Bijvoorbeeld kan de
interferentie tussen twee vrijwel gelijke tonen worden gehoord als een zweving.
Door deze zweving wordt de sterkte van de toon die wordt gehoord hoger en lager.
Een pianostemmer bijvoorbeeld gebruikt deze zweving om de twee snaren van een
piano die dezelfde stemming moeten hebben, precies gelijk te krijgen. Met behulp
van die zweving kan een frequentieverschil van bijvoorbeeld 0,5 Hz
(overeenkomend met een zweving van 2 seconden) makkelijk worden waargenomen.
Worden twee tonen met een verschil van 0,5 Hz achter elkaar gehoord, dan hoort
men geen verschil.
Het bereik in geluidsterkte uitgedrukt in decibel van hoorbaar geluid is
enorm. De ondergrens van de hoorbaarheid van geluid is gedefinieerd als 0 dB,
maar de bovengrens is niet zo eenvoudig te definieren. De bovengrens hangt meer
samen met het punt waar het oor echt wordt beschadigd. Deze limiet hangt ook af
van de tijdsduur waarmee iemand aan het geluid wordt blootgesteld. Gedurende
heel korte tijd kan het oor aan geluiden van 120 dB worden blootgesteld zonder
dat schade optreedt. Langdurige blootstelling aan geluidniveau's van 80 dB(A)
levert echter op termijn gehoorschade op.
Wat horen we?
Het menselijk gehoor is in feite een spectrum analysator. Dat betekent dat
het oor de spectrale komponenten van het geluid splitst, zonder dat daarbij
aandacht wordt besteed aan de fase, of aan de golfvorm van het geluid. In de
sommige gevallen echter blijkt fase informatie toch van belang te zijn, met name
bij het richtinghoren.
Maskering
In sommige situaties wordt een geluid, dat op zichzelf goed hoorbaar is,
gemaskeerd door ander geluid. Bijvoorbeeld als mensen staan te praten bij een
bushalte, wordt het gesprek onverstaanbaar op het moment dat er een bus
voorbijrijdt. Dit verschijnsel heet geluidniveau maskering. Een luid geluid kan
een zwakker geluid dusdanig maskeren dat het zwakkere geluid niet meer
waargenomen wordt. Er zijn nog twee andere verschijnselen die maskering
veroorzaken, namelijk verschillen in frequentie en verschillen in tijd. Als twee
tonen dicht bij elkaar zitten in frequentie, wordt de zwakkere toon niet goed
waargenomen. Als het frequentieverschil groter wordt, dan wordt de zwakkere toon
echter wel waargenomen. Op soortgelijke manier treedt maskering op als twee
tonen kort na elkaar worden uitgezonden. Als er voldoende tijd tussen de twee
pulsen zit, worden ze beide waargenomen. Als de tijd erg kort wordt, wordt
alleen het luidste geluid waargenomen. Dit geldt zelfs als het zwakkere geluid
vóór het luidere geluid wordt uitgezonden.
6.15 Wat is de hoogste
geluidsdruk?
De maximale geluidsdruk die kan worden bereikt met "normaal" geluid is 190 dB.
De reden hiervan is dat 190 dB overeenkomt met de atmosferische druk. Een
sinusvormige geluidsgolf bestaat uit een oscillatie boven en onder de
evenwichtstoestand, de atmosferische druk. De amplitudes naar boven en beneden
zijn daarbij aan elkaar gelijk. Vanaf het moment dat een geluidsniveau van 190
dB wordt bereikt, nadert de oscillatie naar beneden het vacuüm, met druk gelijk
aan nul. Een lagere druk is niet mogelijk. Zodra dit moment wordt bereikt treden
er hierdoor enorme vervormingen op, en is de geluidsgolf niet meer sinusvormig.
Een ander effect dat een rol gaat spelen bij zulke hoge geluidsdrukken, zijn
lokale temperatuur effecten. De geluidssnelheid is een functie van de
temperatuur, die op haar beurt weer een functie van de druk is. Als de druk erg
laag wordt, dan wordt de temperatuur ook momentaan erg laag. Ditzelfde geldt
omgekeerd ook in de toppen van de geluidsdruk, de temperatuur wordt dan heel
hoog. Daardoor gaat er temperatuur uitwisseling plaatsvinden met nabijgelegen
lucht. In plaats van een mooie sinusvormige trilling, zoals die bij lage drukken
mogelijk zijn, treden hierdoor niet lineariteiten en schokken op.
Bij een explosie kan natuurlijk wel - instantaan - een hogere geluidsdruk
optreden dan 190 dB.

7. Geluidwetgeving
7.1 Welke Nederlandse geluidwetgeving bestaat er?
De
Geluidwetgeving in Nederland wordt beheerd door de ministeries van VROM,
VWS en V&W. De wetgeving bestaat uit de volgende wetten, waarbij wordt
aangetekend dat deze lijst waarschijnlijk niet volledig is:
- Wet geluidhinder (Wgh). Deze bestaat sinds het einde van de jaren zeventig
en vormt het juridische kader. De Wgh bevat een uitgebreid stelsel van
bepalingen ter voorkoming en bestrijding van geluidshinder door onder meer
industrie, wegverkeer en spoorwegverkeer.
- Europese Richtlijn Omgevingslawaai wordt momenteel (2003) door Nederland
in de wetgeving opgenomen. De richtlijn bevat de volgende elementen:
- harmonisatie van geluidsmaten en rekenmethoden;
-
inventarisatie van de problematiek door het maken van geluidskaarten;
-
opstellen van actieplannen;
-
bewustmaken van het publiek.
De ontwerprichtlijn heeft betrekking op "agglomeraties"
met meer dan 250.000 inwoners en op grote infrastructurele geluidsbronnen. Op
18 juli 2004 zal Nederland deze richtlijn moeten hebben omgezet in nationale
wetgeving. Dan moeten ook de agglomeraties gedefinieerd zijn In januari 2003 zal daartoe het wetsvoorstel en de Memorie van
Toelichting voor advies aan de Raad van State worden voorgelegd.
- Saneringsbesluit geluidhinder wegverkeer. Hiermee worden bestaande
ongunstige situaties opgelost. Dit is een zeer langdurig proces.
- Besluit geluidhinder spoorwegen (zie paragraaf 7.2)
- Besluit saneringsmaatregelen industrieterreinen
- Wet milieubeheer. Op grond van deze wet kan een vergunning worden
verleend voor een inrichting. Aan de vergunning kunnen bepaalde beperkingen
worden verbonden in de vorm van geluidsvoorschriften ter bescherming van omwonenden en
natuurwaarden.
- AMvB's. Veel kleinere bedrijven, waaronder de horeca, zijn
vrijgesteld van de vergunningplicht uit de Wet Milieubeheer, maar moeten voldoen aan algemene regels
die in de vorm van een algemene maatregel van bestuur (AMvB) per branche zijn
vastgesteld. In deze algemene regels, die landelijk gelden, zijn ook
geluidsvoorschriften opgenomen. Bij de AMvB's kan het bevoegd gezag 'bij
nadere eis' van de landelijke richtwaarden afwijken. De belanghebbenden worden
in staat gesteld hun zienswijze te geven en eventueel de beslissing ter
beoordeling voor te leggen aan de rechter.
- Reken- en meetvoorschrift verkeerslawaai. Dit voorschrift geeft aan
hoe in het kader van de Wet geluidhinder een geluidsbelasting op bijvoorbeeld
woningen bepaald moet worden.
- Reken- en Meetvoorschriften Railverkeerslawaai, geeft aan hoe met
spoorweggeluid moet worden gerekend.
- Handleiding meten en rekenen industrielawaai 1999. Aan de hand van de meet- en rekenmethoden van de handleiding worden
geluidsniveaus bepaald. Deze handleiding wordt gebruikt bij de
vergunningverlening in het kader van de Wet milieubeheer.
- Handreiking industrielawaai en vergunningverlening. De handreiking
is vooral bedoeld voor ambtenaren die adviseren over het geluidsaspect in
milieuvergunningen.
- Woningwet. In het Bouwbesluit, dat op deze wet steunt, is een aantal voorschriften
voor bouwwerken opgenomen. Deze voorschriften hebben betrekking op de
geluidsisolatie van buiten naar binnen (bijvoorbeeld in verband met
verkeerslawaai) en de isolatie tussen woningen onderling (burenlawaai).
- Arbeidsomstandighedenwet stelt regels ter beperking van geluidshinder binnen het bedrijf
ter bescherming van medewerkers. Zo moeten medewerkers soms gehoorbeschermers
dragen.
- Luchtvaartwet.Op grond van deze wet is bepaald waar de geluidszones
rond binnenlandse vliegvelden liggen. In die zones moeten maatregelen
getroffen worden om de geluidshinder te beperken, zoals beperking van
vliegbewegingen of isolatie van woningen.
- Wetboek van Strafrecht. In dit wetboek is het opzettelijk verstoren
van de rust en het maken van rumoer of burengerucht, waardoor de nachtrust
wordt verstoord, strafbaar gesteld.
- Algemene Plaatselijke Verordeningen (APV's) van gemeenten. In APV's staan vaak regels die als kapstok kunnen dienen voor vormen van
geluidshinder die niet zijn geregeld in de Wet geluidhinder of de Wet
milieubeheer. Denk hierbij aan het blaffen van honden of het gekraai van een
haan, lawaaiige hobby's, popconcerten etc.
- Wet op de ruimtelijke ordening. Op basis van de Wet ruimtelijke ordening worden streek-, structuur- en
bestemmingsplannen gemaakt. Hiermee is het mogelijk er, in een vroeg stadium,
voor te zorgen dat belangrijke lawaaibronnen, zoals bijvoorbeeld
industrieterreinen, niet te dicht bij de woonomgeving worden gesitueerd.
- Circulaire Bouwlawaai. Deze geeft wat regels voor het lawaai bij
bouwen, zoals heien, pompen en dergelijke.
- Circulaire Geluidhinder veroorzaakt door het wegverkeer van en naar de
inrichting. Vanwege de
publicatie datum wordt dit de “schrikkelcirculaire" genoemd. Deze geeft
aanwijzingen voor de beoordeling van transportbewegingen buiten de inrichting
bij de vergunningverlening op grond van de Wet milieubeheer
- Tracéwet: In deze wet zit veel geluidwetgeving opgenomen die
bedoeld is voor de aanleg van wegen en spoorlijn die MER-plichtig zijn.
- Besluit op de Milieu effect rapportage: grotere projecten moeten
voordat tot uitvoering wordt besloten intensief op milieueffecten worden
bekeken, waaronder ook geluid. Er moeten alternatieven voor de ingreep in
kaart worden gebracht, alsmede een "meest milieuvriendelijk alternatief", dat
echter wegens geldgebrek meestal niet wordt uitgevoerd.
- Spoedwet wegverkeer is erop gericht de aanleg van spitsstroken en
dergelijke te versnellen, door hetzij de Tracéwet procedure te volgen, hetzij
het treffen van maatregelen uit te stellen.
7.2 Welke regels staan er in het
Besluit Geluidhinder Spoorwegen?
Het Besluit Geluidhinder Spoorwegen (Bgs) bevat wetgeving die gericht is op
het voorkómen van nieuwe geluidhinder situaties, en wetgeving die erop gericht
is dat bestaande situaties niet verslechteren (het “stand still principe” ten
opzichte van het jaar 1987). In het Bgs is ook omschreven wat er moet gebeuren
als de spoorwegbeheerder iets verandert aan de spoorlijn, dan kan er een
zogenaamde "wijziging Bgs" optreden. Wat er dan moet gebeuren is in het Bgs
omschreven in een aantal stappen, die hierna worden toegelicht. In het laatste
onderdeel wordt ingegaan op de interpretatie.
- Wat is een wijziging van een spoorweg?
- Welke uitzonderingen zijn er op deze definitie?
- Wanneer leidt een wijziging tot een overschrijding van geluidsnormen op
woningen?
- Wat moet er gebeuren als er een wijziging optreedt?
7.2.1. Wat is een wijziging van een spoorweg?
Het Bgs definieert het begrip "wijziging spoorweg" in Artikel 1, eerste lid
onder d als volgt: " wijziging van een spoorweg: een wijziging met betrekking
tot een aanwezige spoorweg, die verandering brengt in de omstandigheden welke
ingevolge de regels die gelden bij de vaststelling van de geluidsbelasting
vanwege die spoorweg in acht genomen moeten worden;"
In de nota van toelichting van het Bgs, in onderdeel C, staat dat “onder een
wijziging in het kader van dit besluit wordt verstaan elke verandering in de
invoergegevens van het op grond van artikel 23 door Onze Minister op te stellen
Reken- en Meetvoorschrift”.
7.2.2. Welke uitzonderingen zijn er op deze definitie?
In het Bgs in artikel 1 worden twee soorten uitzonderingen gedefinieerd die
niet gelden als een wijziging spoorweg. De eerst groep uitzonderingen betreft
kleine wijzigingen van een spoorlijn die behoren tot de fluctuaties die bij
normale exploitatie optreden. De tweede groep heeft betrekking op kleine toename
van het geluidsniveau op woningen.
uitzondering bij fluctuaties in de normale exploitatie
Deze groep uitzonderingen is als volgt gedefinieerd: "Onder een wijziging van
een spoorweg wordt in dit besluit niet verstaan de afzonderlijke omstandigheid
die bestaat uit:
- een verhoging van minder dan 45% in de maatgevende intensiteit van door
Onze Minister te bepalen categorieën railvoertuigen op een bepaald
spoorweggedeelte of een combinatie van spoorweggedeelten in de ingevolge
artikel 1, eerste lid, onder f, in acht te nemen etmaalperiode;
- een verhoging van 20% of minder van de verkeerssnelheid van door Onze
Minister te bepalen categorieën railvoertuigen op een bepaald spoorweggedeelte
of een combinatie van spoorweggedeelten in de ingevolge artikel 1, eerste lid,
onder f, in acht te nemen etmaalperiode;
- een horizontale verplaatsing van de spoorstaven over een afstand kleiner
dan twee meter;
- een verticale verplaatsing van de spoorstaven over een afstand kleiner dan
een meter
- dan wel het ter vervanging aanbrengen van een baanconstructie, die,
bepaald met inachtneming van de door Onze Minister op grond van artikel 23
gestelde regels, niet meer geluid emitteert dan de te vervangen constructie."
uitzondering bij kleine toename van de geluidsbelasting
De tweede soort uitzonderingen heeft betrekking op wijzigingen die slechts
leiden tot een geringe geluidtoename in situaties met geluidniveaus onder de
grenswaarde voor geluidsanering (65 dB(A)). Dit is als volgt in het Bgs
verwoord:
Er "wordt onder een wijziging van een spoorweg in dit besluit niet verstaan
een wijziging die een verhoging van 2 dB(A) of minder tot gevolg heeft, en
tengevolge waarvan de geluidsbelasting van de uitwendige scheidingsconstructie
van woningen of van andere geluidsgevoelige gebouwen niet hoger zal zijn dan 65
dB(A)."
7.2.3. Wanneer leidt een wijziging tot overschrijding van geluidsnormen op
woningen?
Als er een wijziging optreedt wordt bekeken of de toekomstige
geluidsbelasting toelaatbaar is. Daarbij wordt onderscheid gemaakt of er al
eerder een geluidprocedure is gevoerd met daarbij een hogere waarde
(bijvoorbeeld bij nieuwbouw van woningen), of dat er sprake is van een
historisch gegroeide situatie. Er wordt hier gesproken over “woningen”, maar ook
voor andere geluidgevoelige bestemmingen, zoals bijvoorbeeld ziekenhuizen en
scholen.
Geluidbelastingen onder de voorkeurswaarde (57 dB(A) voor wonignen) zijn
altijd toegestaan, welke toename er ook optreedt.
De ten hoogste toelaatbare waarde is in het geval dat een hogere waarde
verleend is:
- de laagste van de volgende twee waarden:
- geluidbelasting huidige situatie (voor de wijziging)
- geluidbelasting volgens de hogere waarde
Als er geen hogere waarde verleend is, is de ten hoogste toelaatbare
geluidbelasting:
- de laagste van de volgende twee waarden:
- geluidbelasting huidige situatie (voor de wijziging)
- geluidbelasting in het jaar 1987 (de invoering van het Bgs).
Met name het laatste criterium weerspiegelt de geest van het Bgs, het
“stand-still” principe.
7.2.4. Wat moet er gebeuren als er een wijziging optreedt?
Als de spoorbeheerder een wijziging Bgs wenst door te voeren, dient hij een
akoestisch onderzoek naar geluidniveaus bij woningen uit te voeren en te toetsen
aan de ten hoogste toelaatbare geluidbelasting. Dit dient hij ook te doen bij
afname van geluidniveaus, aangezien hij moet toetsen of de geluidbelasting op
woningen niet hoger dan 65 dB(A) zal zijn. Uit het akoestische onderzoek blijkt
waar overschrijdingen van de ten hoogste toelaatbare waarden verwacht worden.
Voor deze geluidgevoelige bestemmingen zijn maatregelen nodig en is het volgen
van een geluidproducedure (in dit geval artikel 19 Bgs ) aan de orde. In die
procedure neemt de gemeenteraad een besluit over de te nemen maatregelen
(bijvoorbeeld het plaatsen van geluidschermen) en wordt voor woningen waar deze
maatregelen onvoldoende zijn een “hogere waarde procedure” gevolgd. Op basis
daarvan worden de woningen onderzocht om te bezien of de binnenwaarde aan de
normen voldoet. Tenslotte worden, als dat nodig blijkt, deze woningen beter
tegen het geluid geïsoleerd.
8. Weighting Tables
8.1
A-Weighting
A-Weighting can be found from the following formulae
For A-Weighting: A(f) =
12200^2 f^4
------------------------------------------------------------------
(f^2 +20.6^2) (f^2 +12200^2) (f^2 +107.7^2)^0.5 (f^2 +737.9^2)^0.5
The weighting in dB relative to 1000Hz is now given by A(f)
20 lg ------- where A(1000) = 0.794
A(1000)
It is convenient to list A-Weighting at nominal octave or 1/3-octave
("third-octave") frequencies, for example 1250 Hz or 2500 Hz. Ideally
weightings should be calculated for the exact frequencies which may be
determined from the formula 1000 x 10^(n/10), where n is a positive or
negative integer. Thus the frequency shown as 1250 Hz is more precisely
1258.9 Hz etc.
At these precise frequencies, the A- and C-Weighting values are as
follows:
8.2 A, C & U Weighting
Table (dB)
Nominal Exact
Frequency Frequency A-Weight C-Weight U-Weight
*
10 10.00 -70.4 -14.3 0.0
12.5 12.59 -63.4 -11.2 0.0
16 15.85 -56.7 - 8.5 0.0
20 19.95 -50.5 - 6.2 0.0
25 25.12 -44.7 - 4.4 0.0
31.5 31.62 -39.4 - 3.0 0.0
40 39.81 -34.6 - 2.0 0.0
50 50.12 -30.2 - 1.3 0.0
63 63.10 -26.2 - 0.8 0.0
80 79.43 -22.5 - 0.5 0.0
100 100.00 -19.1 - 0.3 0.0
125 125.9 -16.1 - 0.2 0.0
160 158.5 -13.4 - 0.1 0.0
200 199.5 -10.9 0.0 0.0
250 251.2 - 8.6 0.0 0.0
315 316.2 - 6.6 0.0 0.0
400 398.1 - 4.8 0.0 0.0
500 501.2 - 3.2 0.0 0.0
630 631.0 - 1.9 0.0 0.0
800 794.3 - 0.8 0.0 0.0
1000 1000.0 0.0 0.0 0.0
1250 1259 + 0.6 0.0 0.0
1600 1585 + 1.0 - 0.1 0.0
2000 1995 + 1.2 - 0.2 0.0
2500 2512 + 1.3 - 0.3 0.0
3150 3162 + 1.2 - 0.5 0.0
4000 3981 + 1.0 - 0.8 0.0
5000 5012 + 0.5 - 1.3 0.0
6300 6310 - 0.1 - 2.0 0.0
8000 7943 - 1.1 - 3.0 0.0
10000 10000 - 2.5 - 4.4 0.0
12500 12590 - 4.3 - 6.2 - 2.8
16000 15850 - 6.6 - 8.5 -13.0
20000 19950 - 9.3 -11.2 -25.3
25000 25120 -37.6
31500 31620 -49.7
40000 39810 -61.8
* There is some reason to believe that a very low frequency rollover
frequency of 4 Hz may be appropriate for instruments that are to be used
to measure sound affecting humans.

10. Bronvermelding en contact
Deze faq is met toestemming van Elly Waterman overgenomen.
Contact: Elly Waterman, e-mail elly.waterman@wanadoo.nl
N.B. Als u vragen heeft over geluidshinder, kunt u contact opnemen met de Nederlandse
Stichting Geluidshinder. De NSG beschikt over veel kennis op het gebied van geluid, geluidshinder en de bestrijding ervan. Iedereen met vragen over dit onderwerp kan gebruik maken van deze kennis. Zowel overheden, bedrijfsleven als
particulieren. Contact opnemen met de NSG kan via de website http://www.nsg.nl
Bijdragen aan de Nederlandse versie van deze FAQ zijn geleverd door:
Bron richtinghoren: Paul Hofman, Katholieke Universiteit Nijmegen.
Bron burengeluid: Burengeluid: Wijze woorden van Rein aan het Geluidforum, op 19 februari 2000.
Bron tips voor het binnenmilieu in kantoren: Atze Beorstra, BBA Boerstra
Binnenmilieu Advies, 25 mei 2001
Tip voor Arbo geluid: Chris Rombouts, Rombouts Showequipment, 29 november 2001
Hoe hard klinkt een decibel? Oscar van Vlijmen: http://home.hetnet.nl/~vanadovv/Geluid.html.
Deze informatie is eind 2002 op Wikipedia geplaatst en daar aangevuld door
andere medewerkers.
De versie die u nu leest heeft daar weer van gebruik gemaakt. De wikipedia Akoestiek is hier te vinden:
http://nl.wikipedia.org/wiki/akoestiek
Bijdragen aan de Engelse versie van deze FAQ zijn geleverd door:
Angelo Campanella
Michael Carley
Gordon Everstine
Johan L Nielsen
Torben Poulsen
Larry Royster
Chris Ruckman
Asbjoern Saeboe
Jesper Sandvad
Andrew Silverman, de oorspronkelijke bedenker van deze FAQ file!
Bron supersonische knal: Michael T Smith, Cambridge, 1989, en Ken Plotkin.
Laatst gewijzigd: 25 april 2003

Wees Studio http://schoondermark.com
Midi | Referentie | Studio & Tijd | HD-recording | Monitoring | Links | Leden
Nieuws | Microfoons | Geheime tips.. | Studio cursus | Merken | Referenties | Adverteren ?